Is het verstandig om mijn fiscale eenheid te verbreken en mijn BV te splitsen?

Is het verstandig om mijn fiscale eenheid te verbreken en mijn BV te splitsen?

Zoë’s koekjesfabriek draait goed. Jaarlijks maakt ze € 800.000 winst, verdeeld over haar holding (€ 200.000) en haar werkmaatschappij (€ 600.000). De holding en de werkmaatschappij vormen een fiscale eenheid, met andere woorden fiscaal worden ze als één onderneming gezien. Zoë heeft begrepen dat de 1e schijf van de vennootschapsbelasting, waarin het laagste tarief wordt betaald, wordt uitgebreid. Ze vraagt zich af of ze fiscaal nog wel de optimale inrichting heeft of dat ze haar organisatie moet aanpassen.

Dit vraagt ze na bij haar fiscalist. Deze adviseert de fiscale eenheid te verbreken en legt haar ook uit dat mogelijk een splitsing in de werkmaatschappij interessant kan zijn. In plaats van één keer de lage schijf te benutten, kan dit meerdere keren. Wat betekent dit dan voor Zoë?

Wijzigingen vennootschapsbelasting: verbreking fiscale eenheid en splitsing BV opnieuw beoordelen

In 2021 daalt het tarief in de 1e schijf van de vennootschapsbelasting naar 15% (2020: 16,5%). Dit geldt voor winsten tot € 245.000 (2020: € 200.000). In 2022 zijn de vennootschapsbelastingtarieven gelijk aan 2021. De eerste tariefschijf breidt wel verder uit naar winsten tot € 395.000 (2021: € 245.000).

Vanwege deze wijzigingen doe je er verstandig aan opnieuw te bekijken of verbreking van de fiscale eenheid, dan wel het splitsen van je BV in jouw situatie verstandig is. Aan de hand van Zoë haar situatie verduidelijken wij van welke invloed deze wijziging zal zijn op haar keuze om al dan niet de fiscale eenheid te verbreken, dan wel haar werkmaatschappij te splitsen.

Verbreking fiscale eenheid

Zoals wij hierna toelichten doet Zoë er verstandig aan de fiscale eenheid te verbreken. Na verbreking van de fiscale eenheid zijn haar holding en werkmaatschappij afzonderlijk belastingplichtig. Hierdoor kan Zoë de 1e tariefschijf in de vennootschapsbelasting zowel bij haar holding als haar werkmaatschappij toepassen en dus twee keer benutten. Bij de fiscale eenheid is dit slechts één keer. Hieronder laten wij zien welk voordeel Zoë met de verbreking van de fiscale eenheid in 2021 en 2022 precies behaalt.

2021
Als Zoë de fiscale eenheid niet verbreekt, moet ze over de winst (€ 800.000) € 175.500 vennootschapsbelasting betalen (€ 245.000 x 15% + 555.000 x 25%). Als Zoë op advies van haar fiscalist besluit de fiscale eenheid te verbreken, worden beide vennootschappen afzonderlijk belast. De winst van in totaal € 800.000 is dan met slechts € 155.500 vennootschapsbelasting belast (de holding € 200.000 x 15% en de werkmaatschappij € 245.000 x 15% + € 355.000 x 25%). Verbreking van de fiscale eenheid levert Zoë een voordeel op van € 20.000.

2022
Als Zoë de fiscale eenheid niet verbreekt, moet ze over een winst (€ 800.000) € 160.500 vennootschapsbelasting betalen (€ 395.000 x 15% + 405.000 x 25%). Bij verbreking van de fiscale eenheid is Zoë slechts € 140.500 vennootschapsbelasting verschuldigd (de holding € 200.000 x 15% en de werkmaatschappij € 395.000 x 15% + € 205.000 x 25%). Zoë bespaart hiermee, net als in 2021, € 20.000.

Splitsen werkmaatschappij

De fiscalist adviseert Zoë haar werkmaatschappij te splitsen. De productie van de koekjes brengt zij dan onder in haar reeds bestaande werkmaatschappij. De verkoop van de koekjes verricht zij dan vanuit haar nieuw op te richten werkmaatschappij ‘Sales B.V.’ Beide vennootschappen behalen na de splitsing een winst van € 300.000. De splitsing kan Zoë zowel bedrijfseconomisch- als fiscaalvoordeel opleveren. Zo kan ze de bedrijfsactiviteiten stroomlijnen, zakelijke risico’s beperken en schaal- en efficiency voordelen behalen. Bovendien betaalt Zoë door de splitsing, zoals wij onderstaand toelichten, veel minder vennootschapsbelasting.

2021
Zonder een splitsing van de werkmaatschappij is Zoë over de winst (€ 600.000) € 125.500 vennootschapsbelasting verschuldigd (€ 245.000 x 15% + € 355.000 x 25%). Als Zoë de splitsing realiseert, is zij slechts € 101.000 vennootschapsbelasting verschuldigd (€ 245.000 x 2 x 15% + € 55.000 x 2 x 25%). De splitsing levert Zoë in 2021 een voordeel op van € 24.500.

2022
Als Zoë de werkmaatschappij niet splitst, moet ze over de winst (€ 600.000) € 110.500 vennootschapsbelasting betalen (€ 395.000 x 15% + € 205.000 x 25%). Als Zoë besluit de werkmaatschappij te splitsen in 2 BV’s, is zij slechts € 90.000 vennootschapsbelasting verschuldigd (€ 250.000 x 2 x 15%). Met de splitsing bespaart Zoë in 2022 € 20.500.

Tip: Laat je altijd door een fiscaal specialist adviseren. Verbreking van de fiscale eenheid en het splitsen van een BV is niet in elke situatie aan te raden.

Conclusie

Bij hogere resultaten is verbreking van de fiscale eenheid en/of het splitsen van je BV aantrekkelijk. Uiteraard bekijken graag of verbreking van de fiscale eenheid en/of splitsing in jouw situatie verstandig is! Neem hiervoor contact op met Erwin Gritter, Nicole Metz of Casper Lacroix.

Heb je hier nog vragen over? Neem dan contact met ons op!