Plannen vanuit de Prinsjesdagnota

Gevolgen voor voormalig ondernemer Kees

Kees is 68 jaar, getrouwd,  heeft naast zijn AOW een pensioen, een eigen huis zonder hypotheek en heeft een vermogen in Box 3 van € 225.000. Het box 3 vermogen bestaat voor € 100.000 uit banktegoeden, het restant van € 125.000 heeft hij belegd in aandelen.

Welke plannen zijn er door het kabinet voor hem gepresenteerd? En wat voor gevolgen heeft dit voor Kees?

 

 

 

 

 

 

Aanpassing Box 3 stelsel: lastenverlichting kleine spaarders

Ook voor Kees zijn er diverse plannen gepresenteerd, waaronder de Aanpassing Box 3 stelsel: lastenverlichting kleine spaarders. Het kabinet biedt de kleine spaarders een lastenverlichting. Het heffingsvrije vermogen stijgt in 2021 naar €50.000 (of €100.000 met fiscaal partner). Het box 3 tarief stijgt van 30% naar 31%.

Het box 3 stelsel kent drie ‘schijven’. De eerste schijf loopt per 2021 van nihil tot €100.000, de tweede schijf van €100.000 tot € 1.000.000, het meerdere valt in de derde schijf. In elk van deze schijven gaat de fiscus uit van een andere vermogenssamenstelling. Hierbij verdeelt de fiscus het box 3 vermogen in spaartegoeden en overig vermogen.

Op deze vermogensbestanddelen veronderstelt de fiscus dat je ander rendement behaalt. Het veronderstelde rendement op spaartegoeden is lager dan voor het overige vermogen. Per 2021 daalt dit voor spaartegoeden van 0,07% naar 0,03 %. Het forfaitaire rendement over beleggingen stijgt van 5,28% naar 5,69%.

Ook heeft de fiscus al per schijf vastgesteld welk deel hiervan geacht wordt te bestaan uit spaartegoeden en overig vermogen. Per 2021 is het veronderstelde rendement in de eerste, tweede en derde schijf vastgesteld op respectievelijk 1,9% (2020: 1,789%), 4,5% (2020: 4,185%) en 5,69% (2020: 5,28%).

In de praktijk leidt dit voor spaarders (zonder fiscaal partner) met een vermogen per 2021 tot €142.500 tot een lastenverlichting. Spaarders met hoge vermogens worden zwaarder belast.

Wat betekent dit voor Kees?

In het voorbeeld van Kees werkt de wijziging in box 3 nadelig uit. Ten opzichte van 2020 moet hij in 2021 €88 meer box 3 belasting betalen. Dit lichten wij onderstaand cijfermatig toe.

2020 2021
Box 3 vermogen  €                            225.000  €            225.000
Heffingsvrij vermogen  €                              61.692  €            100.000
Belastbaar box 3 vermogen  €                            163.308  €            125.000
Belasting 1-ste schijf  €                                 1.303  €                    950
Belasting 2-de schijf  €                                 3.792  €                 4.268
Door belastingdienst berekend rendement  €                                 5.095  €                 5.218
Belasting box 3  €                                 1.529  €                 1.617

Voor de volledigheid merken wij nog op dat het daadwerkelijk behaalde rendement, alsmede de samenstelling van het box 3 vermogen niet (direct) van invloed is op de daarover verschuldigde box 3 belasting. Uiteraard is het wel zo dat des groter je box 3 vermogen is, des te meer box 3 belasting je betaalt.

Tip:

Voor spaarders met een vermogen van meer dan €750.000 kan het interessant zijn om te beleggen via een B.V. in plaats van in privé. Door de wijzigingen in box 3 en de vermindering van het lage VPB tarief per 2021 is beleggen vanuit de B.V. steeds interessanter.

Heb je vragen n.a.v. deze plannen? Neem dan contact met ons op!