Skip to content

Voor veel familiebedrijven is continuïteit een van de belangrijkste doelstellingen. Je wilt het bedrijf zorgvuldig overdragen aan de volgende generatie, zonder dat de onderneming, de familieverhoudingen of de financiële positie onnodig onder druk komen te staan.

Een bedrijfsoverdracht binnen de familie vraagt daarom om meer dan alleen het bepalen van een verkoopprijs. Je krijgt ook te maken met inkomstenbelasting, schenk- of erfbelasting, overdrachtsbelasting en verschillende fiscale regelingen.

Door de wijzigingen in onder andere de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) is het belangrijk om vroeg te beginnen. Een goede voorbereiding op een bedrijfsoverdracht duurt vaak meerdere jaren.

Welke belastingen spelen bij een bedrijfsoverdracht?

Welke belastingclaims ontstaan, hangt onder andere af van:

Bij een persoonlijke onderneming, zoals een eenmanszaak, vof of maatschap, kan inkomstenbelasting verschuldigd zijn over de stakingswinst. Bij de overdracht van aandelen in een bv kan belasting in box 2 ontstaan.

Schenk je de onderneming of verkoop je deze voor een bedrag onder de marktwaarde? Dan kan de opvolger daarnaast schenkbelasting verschuldigd zijn.

Belasting over de stakingswinst

Draag je een persoonlijke onderneming over voor een bedrag dat hoger is dan de fiscale boekwaarde? Dan realiseer je in beginsel stakingswinst.

Deze winst kan bestaan uit:

Over de stakingswinst betaal je inkomstenbelasting in box 1.

Daarnaast moet je mogelijk rekening houden met een desinvesteringsbijtelling. Hiermee wordt een deel van eerder ontvangen investeringsaftrek teruggedraaid wanneer je binnen vijf jaar na de investering bedrijfsmiddelen verkoopt of overdraagt.

In 2026 speelt de desinvesteringsbijtelling wanneer je in een kalenderjaar voor meer dan € 2.900 aan bedrijfsmiddelen vervreemdt.

Stakingswinst uitstellen met een lijfrente

Onder voorwaarden kun je de directe belastingheffing over de stakingswinst geheel of gedeeltelijk uitstellen door een stakingslijfrente te bedingen.

Je stort dan een bedrag in bijvoorbeeld:

De betaalde premie kan binnen de geldende grenzen worden afgetrokken van de stakingswinst. Je betaalt vervolgens belasting wanneer de lijfrente-uitkeringen worden ontvangen.

Ook een eerder opgebouwde oudedagsreserve kan op deze manier worden omgezet in een lijfrente. Sinds 2023 kan geen nieuwe oudedagsreserve meer worden opgebouwd.

Aandelen in een bv overdragen

Verkoop je als directeur-grootaandeelhouder rechtstreeks de aandelen in je bv? Dan ontstaat een vervreemdingsvoordeel wanneer de verkoopprijs hoger is dan de verkrijgingsprijs van de aandelen.

Dit voordeel wordt belast in box 2.

In 2026 bedraagt het box 2-tarief:

Voor fiscale partners geldt de lage tariefgrens gezamenlijk tot € 137.686, mits het inkomen uit aanmerkelijk belang tussen hen kan worden verdeeld.

Ook wanneer je de aandelen schenkt of voor een te laag bedrag verkoopt, wordt voor de belastingheffing uitgegaan van de waarde in het economische verkeer.

Het belang van een holdingstructuur

Heb je alleen een werk-bv en houd je de aandelen rechtstreeks privé? Dan betaal je bij verkoop in beginsel direct belasting in box 2.

Met een holdingstructuur kan de fiscale behandeling anders zijn. Verkoopt jouw holding de aandelen in de werk-bv, dan valt de verkoopwinst meestal onder de deelnemingsvrijstelling. De holding betaalt dan geen vennootschapsbelasting over deze verkoopwinst.

De ontvangen verkoopopbrengst kan in de holding blijven. Je betaalt pas box 2-belasting wanneer je geld vanuit de holding naar privé uitkeert.

Een holdingstructuur moet wel tijdig worden opgezet. Wanneer de structuur vlak voor een verkoop wordt ingericht, kan dit tot discussie met de Belastingdienst leiden.

Persoonlijke onderneming: afrekenen of doorschuiven?

Bij de overdracht van een eenmanszaak, vof of maatschap kun je onder voorwaarden kiezen tussen:

Welke keuze het voordeligst is, hangt af van de financiële en persoonlijke situatie van zowel de overdrager als de opvolger.

Afrekenen bij de overdracht

Bij afrekenen verkoop je de onderneming en geef je de stakingswinst aan bij de Belastingdienst.

In 2026 kun je onder voorwaarden gebruikmaken van:

De mkb-winstvrijstelling wordt in 2026 maximaal tegen een belastingtarief van 37,56% in aanmerking genomen.

Afrekenen kan aantrekkelijk zijn wanneer je nog fiscale verliezen hebt die je met de stakingswinst kunt verrekenen.

Een voordeel voor de opvolger is dat deze de onderneming op de hogere overnamewaarde kan activeren. De opvolger kan daardoor mogelijk meer afschrijven en onder voorwaarden gebruikmaken van investeringsaftrek.

Betalingsuitstel bij een schuldig gebleven koopsom

Verkoop je de persoonlijke onderneming aan een natuurlijk persoon en blijft de opvolger de koopsom geheel of gedeeltelijk schuldig?

Dan kun je onder voorwaarden verzoeken om maximaal tien jaar renteloos uitstel van betaling van de inkomstenbelasting over de overgedragen vermogensbestanddelen.

De belasting wordt vervolgens in gelijke jaarlijkse termijnen betaald. Je moet hiervoor wel:

Doorschuiven van de belastingclaim

Bij een doorschuiving rekent de overdrager niet direct af over de stille reserves en goodwill. De opvolger neemt de fiscale boekwaarden en de toekomstige belastingclaim over.

Hierdoor hoeft bij de overdracht minder belasting te worden betaald. De latente inkomstenbelastingclaim verlaagt doorgaans wel de overnamesom.

Voor toepassing van de doorschuifregeling moet de opvolger in beginsel minimaal 36 maanden vóór de overdracht als werknemer of medeondernemer bij de onderneming betrokken zijn.

In uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld bij langdurige ziekte van de overdrager, kan deze termijn worden verkort.

Een nadeel voor de opvolger is dat deze verdergaat met de bestaande fiscale boekwaarden. Hierdoor zijn de toekomstige afschrijvingen lager dan wanneer de onderneming tegen de werkelijke waarde zou zijn overgenomen.

De waardering van de doorgeschoven belastingclaim is daarom een belangrijk onderdeel van de onderhandelingen.

Een vof of cv als opvolgingsinstrument

Wil je de onderneming niet in één keer overdragen? Dan kan een samenwerkingsverband, zoals een vof of commanditaire vennootschap, een geschikt opvolgingsinstrument zijn.

De opvolger treedt dan eerst toe als vennoot. Je kunt afspraken maken over:

Bij een commanditaire vennootschap kun je als beherend vennoot actief betrokken blijven of als commanditair vennoot op de achtergrond als financier optreden.

Dit kan vooral interessant zijn bij een onderneming met veel vermogen, maar weinig beschikbare liquiditeiten. De opvolger kan dan gedurende een langere periode vermogen opbouwen om de overdrager uit te kopen.

Leg afspraken goed vast

Maak bij een gefaseerde bedrijfsoverdracht duidelijke afspraken in een samenwerkingsovereenkomst.

Neem daarin bijvoorbeeld bepalingen op over:

Met voortzettings-, verblijvens- of overnemingsbedingen kun je regelen dat de opvolger de onderneming kan voortzetten wanneer de samenwerking eindigt.

Wil je bijvoorbeeld een bedrijfspand zelf behouden? Dan kun je ervoor kiezen om dit niet in de vof in te brengen en het pand aan het samenwerkingsverband te verhuren.

De doorschuifregeling voor aandelen

Bij het schenken van aandelen in een bv kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de doorschuifregeling voor het aanmerkelijk belang, ook wel de DSR ab genoemd.

De schenker rekent dan niet direct af over het vervreemdingsvoordeel. De opvolger neemt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de aandelen over.

De regeling geldt alleen voor het ondernemingsvermogen binnen de bv. Beleggingsvermogen valt er niet onder.

Sinds 1 januari 2025 geldt niet langer de eis dat de verkrijger minimaal 36 maanden in dienst moet zijn geweest bij de bv. In plaats daarvan moet de verkrijger bij een schenking minimaal 21 jaar oud zijn.

Onroerende zaken en overdrachtsbelasting

Gaan bij de bedrijfsoverdracht ook onroerende zaken over? Dan kan de opvolger overdrachtsbelasting verschuldigd zijn.

In 2026 bedraagt het algemene tarief volgens de advieswijzer:

Bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie kan onder voorwaarden een vrijstelling gelden. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij overdracht aan:

De gehele onderneming moet dan worden overgedragen en voortgezet. De onroerende zaak moet bovendien dienstbaar zijn aan de onderneming.

Ook bij de inbreng van een onderneming in een samenwerkingsverband kan onder voorwaarden een vrijstelling gelden.

Regel de opvolging ook in je testament

Een bedrijfsopvolging heeft niet alleen fiscale, maar ook erfrechtelijke gevolgen.

Wanneer één kind de onderneming krijgt en andere kinderen niet, kunnen er discussies ontstaan over de verdeling van de nalatenschap en de legitieme portie.

Door de bedrijfsopvolging in je testament te regelen, kun je bepalen wie de onderneming ontvangt en op welke manier andere erfgenamen worden gecompenseerd.

Je kunt de onderneming bijvoorbeeld via een legaat nalaten aan de bedrijfsopvolger. Een erfrechtelijke verkrijging is in beginsel niet belast met overdrachtsbelasting, ook niet wanneer de opvolger een bedrag aan de nalatenschap moet betalen.

Wat is de bedrijfsopvolgingsregeling?

De bedrijfsopvolgingsregeling, de BOR, biedt onder voorwaarden een vrijstelling van schenk- of erfbelasting bij de overdracht van ondernemingsvermogen.

De regeling kan worden toegepast bij:

Je moet de toepassing van de BOR zelf aanvragen bij de Belastingdienst. Bij een schenking gebeurt dit via de aangifte schenkbelasting.

Sinds 2025 moet de verkrijger bij een schenking minimaal 21 jaar oud zijn.

Vanaf 2026 gelden daarnaast aanvullende antimisbruikmaatregelen die moeten voorkomen dat meerdere keren oneigenlijk van de BOR gebruik wordt gemaakt.

Hoogte van de BOR-vrijstelling

De BOR-vrijstelling wordt berekend over de goingconcernwaarde van de onderneming.

Is de liquidatiewaarde hoger dan de goingconcernwaarde? Dan is het verschil tussen deze twee waarden volledig vrijgesteld.

In 2026 geldt volgens de advieswijzer:

Over het gedeelte dat niet is vrijgesteld, is schenk- of erfbelasting verschuldigd.

Voor deze belasting kan onder voorwaarden maximaal tien jaar rentedragend uitstel van betaling worden aangevraagd.

De bezitseis en voortzettingseis

Om gebruik te maken van de BOR moet de overdrager de onderneming gedurende een minimale periode in bezit hebben gehad.

Bij een schenking geldt in beginsel een bezitstermijn van vijf jaar. Bij een erfenis geldt doorgaans een bezitstermijn van één jaar vóór het overlijden.

Ook de opvolger moet aan voorwaarden voldoen. Voor schenkingen vanaf 1 januari 2025 moet de onderneming minimaal drie jaar worden voortgezet.

Wordt niet aan de voortzettingseis voldaan? Dan kan de vrijstelling worden teruggenomen en moet alsnog schenkbelasting worden betaald.

Vanaf 2026 wordt het onder voorwaarden eenvoudiger om tijdens deze periode de rechtsvorm of structuur van de onderneming te wijzigen zonder direct in strijd te handelen met de bezits- of voortzettingseis.

Welk vermogen valt onder de BOR?

De BOR geldt uitsluitend voor echt ondernemingsvermogen. Vermogen dat duurzaam als belegging wordt aangehouden, valt niet onder de vrijstelling.

Bij vermogensbestanddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt, kan een splitsing nodig zijn.

Sinds 2025 geldt voor vermogensbestanddelen met een waarde van € 100.000 of meer dat deze moeten worden gesplitst wanneer ze voor meer dan 10% voor niet-zakelijke doeleinden worden gebruikt.

Ook binnen een bv is de BOR beperkt tot het ondernemingsvermogen. De vroegere doelmatigheidsmarge, waarmee 5% van het beleggingsvermogen toch als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt, is voor de BOR sinds 2025 vervallen.

Verhuurd vastgoed is meestal beleggingsvermogen

Vastgoed dat aan derden wordt verhuurd, wordt sinds 1 januari 2024 voor de BOR en DSR in beginsel aangemerkt als beleggingsvermogen.

Dit betekent dat verhuurd vastgoed meestal niet onder de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten valt.

Er zijn uitzonderingen voor onder andere:

Terbeschikkinggesteld vermogen

Verhuur je als dga privé een bedrijfspand aan je eigen bv? Dan valt dit pand doorgaans onder de terbeschikkingstellingsregeling.

Onder voorwaarden kan de BOR ook van toepassing zijn wanneer je zowel het pand als de aandelen in de bv aan de opvolger schenkt. Het pand moet dan dienstbaar zijn aan de onderneming van de bv.

Bij de schenking van het pand ontstaat wel een inkomstenbelastingclaim over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale boekwaarde. Voor deze claim geldt geen doorschuifregeling.

Je kunt onder voorwaarden wel verzoeken om de belasting in maximaal tien jaar te betalen.

Begin vijf tot zeven jaar vóór de overdracht

Een bedrijfsoverdracht binnen de familie is een langdurig proces. De fiscale regelingen bevatten bezitstermijnen, voortzettingseisen en andere voorwaarden waaraan je niet altijd op korte termijn kunt voldoen.

Begin daarom bij voorkeur vijf tot zeven jaar vóór de gewenste overdrachtsdatum met de voorbereiding.

In deze periode kun je onder andere:

Wil je jouw familiebedrijf overdragen of alvast onderzoeken welke mogelijkheden er zijn? De adviseurs van ZMGroep helpen je bij de fiscale, financiële en juridische voorbereiding. Samen brengen we de mogelijkheden in kaart en werken we toe naar een overdracht die past bij de onderneming én de familie.

Steeds meer ondernemers verdiepen zich in de waarde van hun bedrijf. Via platformen zoals Brookz en Dealsuite zijn gemiddelde transactiemultiples per sector eenvoudig te vinden. Hierdoor kan het lijken alsof een bedrijfswaardering niet ingewikkelder is dan het vermenigvuldigen van de EBITDA met een branchefactor.

Maar vertelt zo’n multiple ook daadwerkelijk wat een onderneming waard is?

Deze vraag stond centraal tijdens mijn afstudeeronderzoek bij Coralis. Ik onderzocht waarom een waardering op basis van een EBITDA-multiple regelmatig afwijkt van een waardering volgens de Discounted Cash Flow-methode, oftewel de DCF-methode. Daarnaast keek ik naar de manier waarop adviseurs deze verschillen beter kunnen uitleggen aan ondernemers.

Bedrijfswaardering is meer dan een rekensom

In de wereld van bedrijfsovernames worden multiples vaak gebruikt als eerste referentiepunt. Dat is begrijpelijk. Een multiple is overzichtelijk, snel toepasbaar en geeft een indicatie van wat er op dat moment in de markt wordt betaald voor vergelijkbare ondernemingen.

Stel dat bedrijven binnen een bepaalde sector gemiddeld worden verkocht voor vijf keer de EBITDA. Een ondernemer met een EBITDA van € 1 miljoen kan dan al snel concluderen dat zijn onderneming ongeveer € 5 miljoen waard is.

Toch is de werkelijkheid complexer.

Een koper kijkt namelijk niet alleen naar de resultaten uit het verleden. Ook de toekomstige vrije kasstromen, groeiverwachtingen, risico’s en noodzakelijke investeringen spelen een belangrijke rol. Twee bedrijven met dezelfde EBITDA kunnen daardoor een totaal verschillende waarde hebben.

Daarom hanteert Coralis de DCF-methode als leidende waarderingsmethode. Bij deze methode wordt een onderneming beoordeeld op haar toekomstige verdiencapaciteit. De verwachte vrije kasstromen worden daarbij contant gemaakt tegen een rendement dat past bij het risicoprofiel van de onderneming.

Uit mijn onderzoek bleek dat discussies over waarderingen vaak niet ontstaan door de berekening zelf, maar door een verschil in perspectief. Waar een ondernemer zich doorgaans richt op een gemiddelde sectormultiple, kijkt een adviseur vooral naar de specifieke kenmerken en toekomstverwachtingen van de onderneming.

Welke factoren bepalen het verschil?

Tijdens mijn onderzoek sprak ik met adviseurs en een voormalige klant van Coralis. Uit deze gesprekken kwamen verschillende factoren naar voren die het verschil tussen een DCF-waardering en een waardering op basis van een multiple kunnen verklaren.

1. Financiële prestaties en groeiverwachtingen

Een sectormultiple is gebaseerd op transacties en marktgemiddelden. Daarbij wordt slechts beperkt rekening gehouden met de individuele groeiverwachtingen van een onderneming.

Een DCF-waardering kijkt juist naar de verwachte ontwikkeling van de omzet, winstgevendheid en vrije kasstromen. Een onderneming met sterke groeivooruitzichten, een schaalbaar bedrijfsmodel en gezonde marges kan daardoor hoger worden gewaardeerd dan een gemiddelde sectormultiple suggereert.

Andersom geldt hetzelfde. Wanneer de groeimogelijkheden beperkt zijn of de winstgevendheid onder druk staat, kan de DCF-waarde lager uitvallen dan de waarde op basis van een multiple.

2. Het risicoprofiel van de onderneming

Niet iedere onderneming binnen dezelfde branche heeft hetzelfde risicoprofiel. Denk bijvoorbeeld aan een sterke afhankelijkheid van één grote klant, één leverancier of de huidige eigenaar.

Ook de stabiliteit van inkomsten, de kwaliteit van het management en de mate waarin processen zijn vastgelegd, spelen een rol. Hoe groter de risico’s, hoe hoger het rendement dat een koper zal verlangen. Dit heeft een verlagend effect op de ondernemingswaarde.

Een algemene sectormultiple maakt deze bedrijfsspecifieke risico’s niet altijd voldoende zichtbaar.

3. Kapitaalintensiteit en investeringsbehoefte

EBITDA wordt vaak gebruikt omdat deze maatstaf een indicatie geeft van de operationele winstgevendheid. Toch houdt EBITDA geen rekening met investeringen die noodzakelijk zijn om de onderneming draaiende te houden of verder te laten groeien.

Een kapitaalintensieve onderneming kan bijvoorbeeld ieder jaar grote bedragen moeten investeren in machines, voertuigen, systemen of bedrijfsmiddelen. Hierdoor blijft er uiteindelijk minder vrije kasstroom over voor investeerders.

Een onderneming met dezelfde EBITDA, maar met een lagere investeringsbehoefte, kan daardoor aanzienlijk meer waard zijn. Dit verschil wordt in een DCF-analyse duidelijk zichtbaar, terwijl een eenvoudige EBITDA-multiple hieraan voorbijgaat.

4. De ontwikkeling van het werkkapitaal

Groei leidt niet automatisch tot meer beschikbare kasstromen. Een groeiende onderneming moet vaak ook meer geld investeren in voorraden, debiteuren en andere werkkapitaalposten omdat een DCF-waardering zich richt op kasstromen, wordt de invloed van het werkkapitaal hierin meegenomen.

Waarom houden ondernemers zo sterk vast aan een multiple?

Een opvallende uitkomst van mijn onderzoek was de invloed van gedragsmatige factoren. Ondernemers gebruiken een sectormultiple vaak onbewust als vast referentiepunt.

Zodra iemand bijvoorbeeld heeft gehoord dat bedrijven in zijn branche voor zes keer de EBITDA worden verkocht, vormt dit getal het uitgangspunt voor alle verdere gesprekken. Een waardering die daaronder ligt, kan vervolgens al snel als onjuist of te laag worden ervaren.

Binnen de gedragswetenschap wordt dit de anchoring bias genoemd. Het eerste getal dat iemand ziet of hoort, fungeert als een ankerpunt. Nieuwe informatie wordt vervolgens met dit oorspronkelijke getal vergeleken, ook wanneer het eerste getal slechts een algemene indicatie was.

Hierdoor kunnen verschillen tussen een DCF-waardering en een multiple-waardering groter of onlogischer lijken dan ze daadwerkelijk zijn. Een duidelijke toelichting op de onderliggende aannames en value drivers is daarom minstens zo belangrijk als de waarderingsberekening zelf.

Een multiple is een referentiepunt, geen eindantwoord

Dat betekent niet dat multiples geen waarde hebben. Integendeel: ze bieden nuttige informatie over marktontwikkelingen en recente transacties. Ze kunnen worden gebruikt om een waardering te toetsen en om te beoordelen of een uitkomst in lijn ligt met de markt.

Een multiple moet alleen niet worden gezien als een op zichzelf staande waarderingsmethode die automatisch tot de juiste ondernemingswaarde leidt. Daarvoor zijn ondernemingen onderling te verschillend.

Een zorgvuldige waardering combineert daarom verschillende perspectieven. De DCF-methode geeft inzicht in de toekomstige verdiencapaciteit van de onderneming, terwijl multiples inzicht bieden in de manier waarop de markt naar vergelijkbare bedrijven kijkt.

De echte waarde zit in het verhaal achter de cijfers

De belangrijkste conclusie uit mijn afstudeeronderzoek is dat bedrijfswaardering meer is dan een financiële exercitie. Een berekening levert een bedrag op, maar de echte waarde van een waarderingsanalyse zit in de verklaring achter dat bedrag.

Waarom groeit de onderneming harder of minder hard dan de markt? Welke risico’s zijn aanwezig? Hoeveel moet er worden geïnvesteerd? Hoe afhankelijk is de onderneming van de eigenaar? En hoeveel van de winst verandert uiteindelijk in vrije kasstroom?

Pas wanneer de financiële prestaties, toekomstverwachtingen, risico’s en bedrijfsspecifieke kenmerken in samenhang worden beoordeeld, ontstaat een realistisch beeld van de ondernemingswaarde.

Want uiteindelijk is niet de vraag wat een gemiddeld bedrijf binnen een bepaalde sector waard is, maar wat uw onderneming waard is.

Veel DGA’s denken bij de waarde van hun bedrijf al snel aan een simpele rekensom:

EBITDA × een factor = bedrijfswaarde

Die gedachte is begrijpelijk, maar in de praktijk ligt het genuanceerder. Wie serieus kijkt naar verkoop, investering, opvolging of groei, ontdekt dat een groot deel van de waarde niet alleen zit in de hoogte van de EBITDA, maar vooral in de kwaliteit ervan.

Die kwaliteit wordt bepaald door zogenoemde value drivers: factoren die laten zien hoe aantrekkelijk, schaalbaar, winstgevend en overdraagbaar een onderneming écht is.

In dit artikel bespreken we zes belangrijke value drivers waar je als DGA vandaag al op kunt sturen.

1. Duurzame winst en gezonde cashflow

Winst is belangrijk, maar niet elke winst wordt hetzelfde gewaardeerd. Kopers en investeerders kijken verder dan de boekhoudkundige winst. Zij willen vooral weten welke winst structureel, voorspelbaar en herhaalbaar is.

Daarom wordt vaak gekeken naar de genormaliseerde winst. Hierbij worden incidentele posten, eenmalige meevallers of bijzondere kosten gecorrigeerd om een realistischer beeld te krijgen van de structurele winstcapaciteit.

Belangrijke vragen zijn bijvoorbeeld:

Een onderneming met stabiele winst en gezonde cashflow geeft meer vertrouwen. Dat verlaagt het risico voor een koper of investeerder en kan daarmee een positief effect hebben op de waarde.

2. Schaalbare groei

Groei is aantrekkelijk, maar alleen als die groei op een gezonde manier tot stand komt. Een bedrijf dat groeit, maar voor elke extra euro omzet bijna evenveel extra kosten moet maken, is minder schaalbaar.

Schaalbare groei betekent dat omzet kan toenemen zonder dat de kosten in hetzelfde tempo meestijgen. Denk bijvoorbeeld aan terugkerende omzet, abonnementen, reproduceerbare salesprocessen of duidelijke mogelijkheden voor cross- en upselling.

Voor kopers en investeerders is vooral interessant of de groei ook in de toekomst kan worden voortgezet. Daarbij kijken zij onder andere naar:

Groei is dus niet automatisch waardeverhogend. Slimme, schaalbare groei is dat wel.

3. De kwaliteit van omzet

Niet alle omzet heeft dezelfde waarde. Eenmalige projectomzet wordt vaak anders beoordeeld dan terugkerende of voorspelbare omzet.

Een bedrijf met langdurige klantrelaties, terugkerende inkomsten en een goede klantenspreiding wordt meestal als minder risicovol gezien. Dat komt doordat de toekomstige omzet beter in te schatten is.

Factoren die hierbij belangrijk zijn:

Wanneer een groot deel van de omzet afhankelijk is van een paar klanten, vormt dat een risico. Valt één grote klant weg, dan kan dat direct grote gevolgen hebben voor de winstgevendheid.

Een brede, loyale klantenbasis met voorspelbare inkomsten zorgt voor meer zekerheid. En meer zekerheid betekent vaak: meer waarde.

4. Afhankelijkheid van de DGA

Een veelvoorkomende situatie in het mkb is dat de DGA zelf een centrale rol speelt in het bedrijf. Klanten kennen vooral de eigenaar, belangrijke kennis zit in het hoofd van de ondernemer en beslissingen lopen via één persoon.

Dat kan jarenlang goed werken, maar bij verkoop of overdracht vormt het een risico.

Een koper stelt zich dan al snel de vraag: wat blijft er over als de eigenaar vertrekt?

Daarom is het belangrijk om de afhankelijkheid van de DGA stap voor stap af te bouwen. Denk aan:

Hoe minder het bedrijf afhankelijk is van één persoon, hoe beter het overdraagbaar wordt. En hoe beter een bedrijf overdraagbaar is, hoe aantrekkelijker het wordt voor een koper of investeerder.

5. Onderscheidend vermogen

Waarom zou iemand jouw bedrijf willen kopen en niet dat van een concurrent?

Die vraag raakt aan het onderscheidend vermogen van de onderneming. Bedrijven die moeilijk te kopiëren zijn, hebben vaak een sterkere marktpositie en daarmee een hogere potentiële waarde.

Onderscheidend vermogen kan op verschillende manieren ontstaan, bijvoorbeeld door:

Een onderneming zonder duidelijk onderscheidend vermogen concurreert vaak vooral op prijs. Dat maakt marges kwetsbaarder en groei moeilijker voorspelbaar.

Een sterk onderscheidend vermogen zorgt juist voor een betere positie in de markt. Het maakt het bedrijf aantrekkelijker, minder makkelijk vervangbaar en daarmee waardevoller.

6. Risico

Uiteindelijk draait waardering altijd om de verhouding tussen rendement en risico. Hoe hoger het risico, hoe kritischer een koper of investeerder zal kijken naar de prijs.

Risico’s kunnen op verschillende plekken in de onderneming zitten. Denk bijvoorbeeld aan:

Veel ondernemers kijken vooral naar omzet en winst, maar onderschatten de impact van risico op de uiteindelijke bedrijfswaarde. Een onderneming met dezelfde EBITDA kan aanzienlijk anders worden gewaardeerd als het risicoprofiel verschilt.

Een bedrijf met goed ingerichte processen, heldere contracten, betrouwbare managementinformatie en beperkte afhankelijkheden geeft meer vertrouwen. En vertrouwen speelt een belangrijke rol in waardering.

Waarde creëer je ruim vóór het verkoopmoment

De waarde van je bedrijf wordt niet pas bepaald op het moment dat je besluit te verkopen. Die waarde wordt opgebouwd in de jaren daarvoor.

Juist daarom is het verstandig om tijdig naar de belangrijkste value drivers te kijken. Niet alleen als verkoop op korte termijn speelt, maar ook wanneer je wilt groeien, professionaliseren of je bedrijf minder afhankelijk wilt maken van jezelf.

Een eenvoudige eerste stap is om je bedrijf op deze zes onderdelen een score van 1 tot 10 te geven:

  1. Duurzame winst en cashflow
  2. Schaalbare groei
  3. Kwaliteit van omzet
  4. Afhankelijkheid van de DGA
  5. Onderscheidend vermogen
  6. Risico

Die score geeft vaak snel inzicht in waar de grootste waardehefboom zit.

Benieuwd waar jouw grootste waardehefboom zit?

Wil je weten hoe jouw onderneming scoort op deze value drivers en waar de meeste waarde te creëren is?

Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee.

Of kom naar onze kennissessie op 30 juni, waarin we dieper ingaan op waardecreatie, bedrijfswaardering en de belangrijkste factoren die invloed hebben op de verkoopbaarheid van je onderneming.

Aanmelden voor de kennissessie

Wat is uw bedrijf eigenlijk waard? Voor veel ondernemers is dat een interessante, maar ook ingewikkelde vraag. De waarde van een onderneming speelt een belangrijke rol bij groei, verkoop, opvolging, investeringen en andere strategische keuzes.

Daarom organiseert Coralis, onderdeel van ZMGroep, op 30 juni om 15:30 uur een kennissessie met als thema:

Wat is mijn bedrijf waard?

Tijdens deze bijeenkomst krijgt u inzicht in de factoren die invloed hebben op de waarde van een onderneming. Denk aan financiële resultaten, toekomstverwachtingen, marktontwikkelingen, risico’s, afhankelijkheden en de manier waarop een bedrijf is georganiseerd.

De sessie is interessant voor ondernemers die nadenken over verkoop of opvolging, maar ook voor ondernemers die willen groeien, investeren of simpelweg beter willen begrijpen waar de waarde van hun onderneming uit bestaat.

Inzicht in waardebepaling en vermogen

Namens Coralis Corporate Finance nemen Sharon van Brederode en Jan Dekker u mee in de waardebepaling van een onderneming. Zij delen praktische inzichten, veelgemaakte fouten en voorbeelden uit de praktijk.

Daarnaast zijn namens Ambassador Vermogensbeheer Erik Nugteren, directeur, en Edwin Slaghekke, hoofd beleggingen, aanwezig. Zij laten zien hoe een vermogensbeheerder kijkt naar de waarde van een aandeel op de beurs. Ook gaan zij in op de vraag hoe u uw vermogen na de verkoop van uw onderneming op een verantwoorde manier kunt beleggen.

Wat kunt u verwachten?

Tijdens de kennissessie gaan we onder andere in op:

Voor ondernemers met toekomstplannen

Of u nu concrete verkoopplannen heeft, nadenkt over bedrijfsopvolging of gewoon beter voorbereid wilt zijn op de toekomst: deze kennissessie biedt waardevolle kennis en praktische handvatten.

Na afloop is er gelegenheid om na te praten en te netwerken met andere ondernemers onder het genot van een hapje en drankje.

U bent van harte welkom om een collega-ondernemer mee te nemen.

Praktische informatie

Datum: 30 juni
Tijd: 15:30 uur
Locatie: Tolweg 12, Baarn
Aanmelden: Aanmelding Coralis Kennissessie: Wat is mijn bedrijf waard?

Wij zien uit naar uw komst.

“Bedrijven in jouw sector worden verkocht voor 5 keer EBITDA.” Het is een uitspraak die ondernemers regelmatig horen wanneer het gaat over de waarde van hun bedrijf. En eerlijk is eerlijk: als eerste indicatie kan zo’n multiple nuttig zijn. Het geeft snel een grove richting en maakt het gesprek over bedrijfswaarde concreet.

Maar wie de waarde van een onderneming uitsluitend baseert op een EBITDA-multiple, loopt het risico een te eenvoudig beeld te krijgen van een complexe werkelijkheid. Bedrijfswaardering draait namelijk om meer dan één rekensom, aldus Jan Dekker.

Geen twee bedrijven zijn hetzelfde

De eerste valkuil zit volgens Jan Dekker in de vergelijking zelf. Binnen dezelfde sector kunnen bedrijven sterk van elkaar verschillen. Denk aan groeipotentie, marges, klantenspreiding, afhankelijkheid van personeel, contractduur, marktpositie en risico’s.

Toch wordt in de praktijk vaak één gemiddelde multiple toegepast op bedrijven binnen een sector. Daardoor kan een sterk bedrijf te laag worden gewaardeerd, terwijl een kwetsbaarder bedrijf juist te hoog wordt ingeschat.

Een multiple zegt dus iets over de markt, maar nog niet automatisch iets over de specifieke waarde van een onderneming.

EBITDA kijkt vooral naar het verleden

Een tweede belangrijk punt is dat een EBITDA-multiple meestal gebaseerd is op historische resultaten. De waarde van een onderneming zit echter vooral in de toekomst.

Voor stabiele bedrijven kan het verleden een redelijke basis vormen. Maar bij groeibedrijven, bedrijven in transitie of ondernemingen met veranderende marges kan het beeld snel vertekenen. Een onderneming die de komende jaren aanzienlijk meer winst verwacht te maken, wordt dan beoordeeld alsof alles blijft zoals het was.

Daarom is het toekomstverhaal minstens zo belangrijk als de gerealiseerde cijfers.

EBITDA is geen cashflow

EBITDA is een veelgebruikte maatstaf voor operationele winst, maar het is niet hetzelfde als cashflow. Belangrijke posten blijven buiten beeld, zoals investeringen, belastingen, financieringslasten en veranderingen in werkkapitaal.

Vooral bij kapitaalintensieve ondernemingen kan dit veel uitmaken. Een bedrijf kan op EBITDA-niveau aantrekkelijk lijken, terwijl er in de praktijk veel geld nodig is voor machines, voorraad of groei. Dat heeft direct invloed op de echte verdiencapaciteit.

Ondernemingswaarde is niet hetzelfde als koopsom

Een EBITDA-multiple leidt meestal tot een ondernemingswaarde. Dat is iets anders dan het bedrag dat de aandeelhouder uiteindelijk ontvangt.

Van die ondernemingswaarde moeten schulden, verplichtingen en andere correcties vaak nog worden afgetrokken. Ook kunnen er discussies ontstaan over werkkapitaal, normalisaties of incidentele posten.

Dat verschil tussen ondernemingswaarde en uiteindelijke koopsom kan substantieel zijn. Het is daarom belangrijk om dit al vroeg in het proces scherp te hebben.

Een multiple is minder objectief dan hij lijkt

Hoewel multiples vaak worden gepresenteerd als harde marktdata, zijn ze minder objectief dan ze lijken. De onderliggende transactiedata is niet altijd volledig beschikbaar of goed vergelijkbaar. Daarnaast bewegen multiples mee met rente, marktsentiment, financieringsmogelijkheden en vraag en aanbod.

Wat vandaag als “6 keer EBITDA” wordt gezien, kan morgen 5 keer zijn, zonder dat het bedrijf inhoudelijk is veranderd.

Een startpunt, geen eindpunt

Een EBITDA-multiple kan waardevol zijn, maar vooral als startpunt van het gesprek. Niet als definitieve waarheid.

Wie echt wil weten wat een onderneming waard is, moet verder kijken dan de multiple alleen. Naar kasstromen, risico’s, afhankelijkheden, groeipotentie en het toekomstverhaal van de onderneming.

Of anders gezegd: een multiple geeft richting, maar vertelt nooit het hele verhaal.

Laat u daarom goed adviseren.

Een liquiditeitsprognose klinkt misschien als iets voor financiële specialisten, maar niets is minder waar. Voor iedere ondernemer — van starter tot groeiend bedrijf — is het een essentieel hulpmiddel om financieel gezond te blijven.

Een liquiditeitsprognose geeft inzicht in je toekomstige kasstromen: wat komt er binnen, wat gaat eruit en, minstens zo belangrijk, wanneer gebeurt dat? Met dit inzicht voorkom je verrassingen en kun je tijdig bijsturen.

Met onderstaande 10 tips leg je een sterke basis.

Als ondernemer ontkomt u er niet aan; u moet belasting betalen. Hoe voorkomt u dat u teveel belasting betaalt? Hoe houdt u alle fiscale veranderingen bij? En benut u alle belastingvoordelen en -mogelijkheden eigenlijk wel? Heeft u geen goed antwoord op deze vragen? Schakel dan de expertise in van de belastingadviseurs van ZMGroep.

 

1. Begin met realistische aannames

Een goede prognose begint bij eerlijke verwachtingen. Het kan verleidelijk zijn om optimistisch te plannen, maar een te rooskleurig beeld kan later voor problemen zorgen. Wees realistisch over omzet, kosten en groei.

2. Werk met een duidelijke tijdslijn

Maak je prognose per maand of — als je bedrijf dat vraagt — per week. Hoe gedetailleerder je plant, hoe beter je grip houdt op pieken en dalen in je cashflow.

3. Focus op échte kasstromen

Het gaat niet om wanneer je een factuur verstuurt, maar wanneer het geld daadwerkelijk binnenkomt. Houd rekening met betalingstermijnen van klanten en leveranciers.

Stel jezelf vragen zoals:

4. Zorg voor aansluiting met je cijfers

Een betrouwbare prognose sluit aan op je exploitatiebegroting en balans. Als hier verschillen in zitten, kan dat twijfels oproepen over de juistheid van je cijfers.

5. Neem alle kosten mee

Vergeet geen kostenposten. Denk aan:

Een compleet overzicht voorkomt onaangename verrassingen.

6. Bouw een financiële buffer in

Onvoorziene kosten horen bij ondernemen. Door een buffer op te nemen, voorkom je dat een tegenvaller direct grote gevolgen heeft voor je liquiditeit.

7. Werk met meerdere scenario’s

Maak naast je basisprognose ook:

Zo ben je beter voorbereid op verschillende situaties en kun je sneller schakelen.

8. Actualiseer je prognose regelmatig

Een liquiditeitsprognose is geen statisch document. Door deze regelmatig bij te werken met actuele cijfers, blijft hij relevant en bruikbaar.

9. Houd rekening met btw

Btw-verplichtingen worden vaak onderschat. Of je nu per maand of per kwartaal aangifte doet: zorg dat je de af te dragen btw meeneemt in je prognose.

10. Schakel hulp in wanneer nodig

Twijfel je over je prognose of weet je niet waar je moet beginnen? Dan is het verstandig om een specialist in te schakelen. Een frisse blik kan veel inzicht geven en fouten voorkomen.

Tot slot

Een sterke liquiditeitsprognose geeft rust, overzicht en controle. Het helpt je niet alleen om financiële problemen te voorkomen, maar ook om kansen te signaleren en beter te ondernemen.

Zie het daarom niet als een verplichting, maar als een krachtig instrument voor de toekomst van je bedrijf.

Secret Link