Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een extra heffing op zakelijke personenauto’s met CO₂-uitstoot. Deze zogenoemde pseudo-eindheffing kan grote financiële gevolgen hebben voor organisaties met benzine-, diesel- of hybride leaseauto’s. Voor werkgevers is dit daarom hét moment om het wagenpark kritisch te bekijken.
De overheid wil de overstap naar emissievrij rijden versnellen. Daarom wordt het voor werkgevers vanaf 2027 fiscaal minder aantrekkelijk om werknemers nog een zakelijke brandstofauto ter beschikking te stellen die ook privé of voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. De maatregel geldt niet voor volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s.
Wat is de pseudo-eindheffing?
Een pseudo-eindheffing is een bijzondere vorm van loonbelasting. In dit geval betekent het dat de werkgever extra belasting betaalt over een voordeel dat aan de werknemer wordt gegeven: het gebruik van een zakelijke personenauto met uitstoot.
Belangrijk hierbij is dat deze heffing voor rekening van de werkgever komt. De kosten mogen niet worden doorberekend aan de werknemer. De pseudo-eindheffing komt bovendien bovenop de bestaande bijtelling die werknemers betalen wanneer zij een auto van de zaak privé gebruiken.
12% extra heffing per jaar
Vanaf 2027 betaalt de werkgever jaarlijks 12% pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde van een zakelijke personenauto met benzine-, diesel- of hybride aandrijving, wanneer deze auto ook privé of voor woon-werkverkeer wordt gebruikt.
Een voorbeeld:
Bij een auto met een cataloguswaarde van € 50.000 bedraagt de extra heffing:
12% x € 50.000 = € 6.000 per jaar
Voor werkgevers met meerdere leaseauto’s kan dit dus snel oplopen tot een aanzienlijke kostenpost.
Woon-werkverkeer telt mee als privégebruik
Een belangrijk verschil met de reguliere bijtelling is dat woon-werkverkeer voor deze pseudo-eindheffing wordt gezien als privégebruik. Dat betekent dat een werknemer die de auto alleen gebruikt voor zakelijke ritten én woon-werkverkeer alsnog onder de regeling kan vallen.
Alleen wanneer een auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt en niet wordt ingezet voor woon-werkverkeer of ander privégebruik, kan de heffing buiten toepassing blijven. Dit vraagt wel om een goede onderbouwing en duidelijke administratie.
Overgangsregeling tot 17 september 2030
Voor zakelijke personenauto’s met uitstoot die vóór 1 januari 2027 al aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto’s hoeft de pseudo-eindheffing pas vanaf 17 september 2030 te worden betaald.
Let op: bij een nieuwe terbeschikkingstelling kan de overgangsregeling vervallen. Bijvoorbeeld wanneer een auto overgaat naar een andere werkgever. Wisselen binnen dezelfde werkgever kan onder voorwaarden wel mogelijk zijn.
Wanneer geldt de pseudo-eindheffing niet?
De pseudo-eindheffing geldt niet in alle situaties. De belangrijkste uitzonderingen zijn:
- Volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s vallen buiten de regeling.
- Auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt en niet voor woon-werkverkeer of privéritten worden ingezet, vallen buiten de heffing.
- De maatregel geldt niet voor zzp’ers met een eenmanszaak.
- De regeling ziet op personenauto’s en niet op bijvoorbeeld bestelauto’s of vrachtwagens.
Vervangend vervoer en voorloopauto’s: aandachtspunt voor werkgevers
Een belangrijk discussiepunt is het gebruik van tijdelijk of vervangend vervoer. Denk aan een werknemer met een elektrische leaseauto die tijdelijk een brandstofauto meekrijgt bij schade, onderhoud of vertraging in de levering van een nieuwe auto.
Op dit moment kan ook zo’n tijdelijke brandstofauto onder de pseudo-eindheffing vallen. Dit kan leiden tot extra kosten en administratieve lasten. De Tweede Kamer heeft daarom gevraagd om met de auto- en leasebranche te kijken naar mogelijke oplossingsrichtingen. De heffing zelf is daarmee echter niet van tafel.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Voor werkgevers is het verstandig om nu al vooruit te kijken. Leasecontracten lopen vaak meerdere jaren door. Keuzes die in 2026 worden gemaakt, kunnen daarom invloed hebben op de fiscale lasten vanaf 2027 en daarna.
Denk hierbij aan vragen zoals:
- Welke brandstofauto’s staan er nu in het wagenpark?
- Welke contracten lopen door na 1 januari 2027?
- Welke auto’s vallen mogelijk onder de overgangsregeling?
- Is overstappen op elektrisch rijden financieel aantrekkelijker?
- Hoe wordt privégebruik en woon-werkverkeer administratief vastgelegd?
- Welke afspraken zijn er met werknemers over leaseauto’s en mobiliteit?
Nu handelen voorkomt verrassingen
De pseudo-eindheffing kan vanaf 2027 een forse kostenpost worden voor werkgevers. Zeker bij meerdere zakelijke personenauto’s met uitstoot is het belangrijk om tijdig inzicht te krijgen in de financiële gevolgen.
Overstappen op elektrisch rijden kan daarbij niet alleen fiscaal aantrekkelijker zijn, maar ook passen binnen een bredere duurzaamheidsstrategie. Daarnaast kan een goed mobiliteitsbeleid helpen om kosten, administratie en werknemersafspraken overzichtelijk te houden.
Advies nodig over uw wagenpark of mobiliteitsbeleid?
Heeft uw organisatie zakelijke leaseauto’s of een eigen wagenpark? Dan is dit een goed moment om de gevolgen van de pseudo-eindheffing in kaart te brengen.
ZMGroep denkt graag met u mee over de fiscale gevolgen, de administratieve aandachtspunten en mogelijke keuzes voor de komende jaren. Zo voorkomt u verrassingen en kunt u tijdig sturen op een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid.
De Belastingdienst brengt belastingrente in rekening als uw (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) 2025 te laat wordt vastgesteld. Voor 2025 bedraagt deze rente 5% en kan deze oplopen vanaf 1 juli 2026.
De belastingrente wordt berekend over de periode vanaf 1 juli 2026 tot zes weken na de dagtekening van de (voorlopige) aanslag. Dit kan een aanzienlijk bedrag worden als u niet tijdig actie onderneemt.
Hoe voorkomt u belastingrente?
U kunt belastingrente voorkomen door:
- Uw aangifte inkomstenbelasting 2025 vóór 1 mei 2026 correct en volledig in te dienen
- Uw aangifte vennootschapsbelasting 2025 vóór 1 juni 2026 in te dienen
- Of vóór deze data een juiste en volledige voorlopige aanslag aan te vragen
Door op tijd te handelen voorkomt u onnodige kosten en houdt u grip op uw liquiditeit.
Hulp nodig?
Wilt u zeker weten dat alles correct en op tijd geregeld is? Wij helpen u graag met het aanvragen van een voorlopige aanslag of het indienen van uw aangifte. Neem gerust contact op met uw vaste contactpersoon of met Casper.
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap blijft ook in 2026 een belangrijk aandachtspunt voor dga’s. Heb je geld geleend van je eigen BV? Dan kan dit leiden tot belastingheffing als je schuld te hoog is.
De hoofdregel is duidelijk: heb je op 31 december 2026 meer dan €500.000 geleend van je BV (of BV’s), dan betaal je belasting over het meerdere in box 2. Dit wordt gezien als een fictieve dividenduitkering.
Meer dan alleen jouw lening
In de praktijk wordt de regeling vaak onderschat. Dat komt doordat er breder wordt gekeken dan alleen jouw eigen schuld.
Zo tellen ook mee:
- schulden van je fiscale partner
- schulden bij meerdere BV’s (alles wordt opgeteld)
- in sommige gevallen schulden van familieleden
- indirecte leningen, bijvoorbeeld via borgstellingen
Juist deze punten zorgen er vaak voor dat ondernemers ongemerkt boven de grens uitkomen.
Uitzondering voor de eigen woning
Een lening voor je eigen woning telt meestal niet mee voor de €500.000-grens. Hiervoor gelden wel voorwaarden:
- de lening moet voldoen aan de regels voor hypotheekrenteaftrek
- er moet (in de meeste gevallen) een hypotheekrecht zijn gevestigd
Als hier niet aan wordt voldaan, telt de lening alsnog mee. Dit gaat in de praktijk regelmatig mis.
Wat betekent dit financieel?
Over het bedrag boven €500.000 betaal je belasting in box 2:
- 24,5% over de eerste schijf
- 31% over het meerdere
Belangrijk om te beseffen: de schuld blijft bestaan. Je betaalt dus belasting zonder dat je daadwerkelijk geld ontvangt.
2026 is hét moment om te handelen
De peildatum is 31 december 2026. Tot die tijd kun je nog actie ondernemen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- (gedeeltelijk) aflossen van de schuld
- dividend uitkeren en daarmee aflossen
- herstructureren van leningen
Welke keuze verstandig is, hangt volledig af van je situatie.
Voorkom verrassingen
In de praktijk zien wij dat ondernemers vaak:
- geen volledig overzicht hebben van hun totale schuldpositie
- uitzonderingen verkeerd toepassen
- te laat actie ondernemen
Dat kan leiden tot een onnodige belastingaanslag.
Hoe kan ZMGroep helpen?
ZMGroep helpt je om tijdig inzicht te krijgen en de juiste keuzes te maken. Zo voorkom je verrassingen en houd je grip op je financiële situatie.
Wat betekent dit voor jou als huiseigenaar of koper?
De fiscale regels rondom de eigen woning blijven complex en veranderen regelmatig. In deze update voor 2026 zetten wij bij ZMGroep de belangrijkste ontwikkelingen voor je op een rij. Zo weet je waar je op moet letten bij het kopen, financieren of bezitten van een woning.
Heeft u momenteel een eenmanszaak, maatschap of vof? Dan kan het in bepaalde situaties aantrekkelijk zijn om uw onderneming onder te brengen in een bv (besloten vennootschap).
Of dat voor u verstandig is, hangt af van verschillende factoren. Niet alleen fiscale regels spelen een rol, maar ook zaken als aansprakelijkheid, bedrijfscontinuïteit en toekomstplannen.
In dit artikel zetten we de belangrijkste aandachtspunten overzichtelijk voor u op een rij.
1. Schenken aan uw kind
Een schenking is een eenvoudige manier om vermogen over te dragen. Door gebruik te maken van vrijstellingen kunt u belasting besparen – zowel nu als later bij uw overlijden.
Jaarlijkse vrijstelling 2026
In 2026 kunt u uw kind belastingvrij schenken:
-
€ 6.908 per jaar
Is uw kind (of diens partner) tussen de 18 en 40 jaar? Dan geldt een eenmalig verhoogde vrijstelling van € 33.129.
Voor een kostbare studie kan de vrijstelling zelfs eenmalig worden verhoogd tot € 69.009.
2. Schenken en erfbelasting besparen
Door tijdens uw leven te schenken, verkleint u uw nalatenschap. Dat kan erfbelasting besparen.
In 2026 gelden voor kinderen de volgende tarieven:
-
10% tot € 158.669
-
20% over het meerdere
Voor (achter)kleinkinderen zijn de tarieven hoger (18% en 36%).
Schenkbelasting kent dezelfde tarieven als de erfbelasting.
3. Papieren schenking
Wilt u schenken, maar het geld nog niet daadwerkelijk overmaken? Dan kunt u kiezen voor een schenking onder schuldigerkenning (papieren schenking).
U erkent dat u een bedrag schuldig bent aan uw kind, dat pas bij overlijden opeisbaar is. Voor erfbelastingbesparing moet u jaarlijks minimaal 6% rente betalen.
Let op:
-
Een notariële akte is noodzakelijk om erfbelasting te voorkomen.
-
De vordering en schuld moeten in box 3 worden aangegeven.
-
In 2026 geldt in box 3 een verschil tussen het forfaitair rendement op de vordering (6%) en de aftrekbare schuld (voorlopig 2,70%).
4. Schenken onder voorwaarden
Wilt u voorkomen dat de schenking bij een echtscheiding bij de schoonfamilie terechtkomt? Dan kunt u een uitsluitingsclausule opnemen.
U kunt ook opnemen dat de schenking herroepbaar is, zodat u financieel niet afhankelijk wordt van uw kind.
5. Bedrijfsopvolging in de familie
Wilt u uw onderneming overdragen aan uw kind? Dan kunnen onder voorwaarden de volgende regelingen van toepassing zijn:
-
Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
-
Doorschuifregeling (DSR)
In 2026 bedraagt de vrijstelling binnen de BOR:
-
100% tot € 1.543.500
-
75% over het meerdere
De onderneming moet wel actief zijn; beleggingsvermogen valt buiten de regeling.
6. Geld lenen aan uw kind
In plaats van schenken kunt u ook een lening verstrekken.
Belangrijk is dat u zakelijke voorwaarden hanteert:
-
Rente
-
Looptijd
-
Aflossing
-
Zekerheden
Let op box 3
In 2026 wordt in box 3 gerekend met een forfaitair rendement van 6% op uw vordering, terwijl voor uw kind een schuld lager wordt gewaardeerd (voorlopig 2,70%).
7. Eigenwoninglening
Leent u geld voor de eigen woning van uw kind? Dan kan de rente aftrekbaar zijn bij uw kind, mits:
-
De lening in maximaal 30 jaar annuïtair en/of lineair wordt afgelost
-
De lening wordt opgegeven in de aangifte
-
Bij voorkeur een hypotheek wordt gevestigd
- De gemaakte afspraken schriftelijk vastgelegd zijn
8. Lening én schenking combineren
U kunt een lening combineren met een jaarlijkse schenking binnen de vrijstelling. Zo kan uw kind renteaftrek hebben én ontvangt het (een deel van) de betaalde rente belastingvrij terug.
Belangrijk: rente en schenking mogen niet met elkaar worden verrekend.
9. Wlz en vermogen
Let op dat schenkingen invloed kunnen hebben op uw eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Hierbij wordt in principe gekeken naar het vermogen van twee jaar eerder. Onder omstandigheden kunt u echter een peildatumverzoek wijziging doen. Dan wordt voor de eigenbijdrage uitgegaan van het actuele (lagere) vermogen.
Dat is gunstig als uw vermogen veel lager is, bijvoorbeeld door schenkingen die u gedaan heeft.
Wilt u weten wat in uw situatie verstandig is?
Schenken en lenen aan kinderen vraagt om maatwerk. Fiscale regels, box 3, erfbelasting, bedrijfsopvolging en uw eigen financiële zekerheid spelen allemaal een rol.
Heeft u vragen of wilt u uw mogelijkheden bespreken? Neem gerust contact met ons op. Wij helpen u graag bij het maken van een doordachte keuze.
Heeft u momenteel een eenmanszaak, maatschap of vof? Dan kan het in bepaalde situaties aantrekkelijk zijn om uw onderneming onder te brengen in een bv (besloten vennootschap).
Of dat voor u verstandig is, hangt af van verschillende factoren. Niet alleen fiscale regels spelen een rol, maar ook zaken als aansprakelijkheid, bedrijfscontinuïteit en toekomstplannen.
In dit artikel zetten we de belangrijkste aandachtspunten overzichtelijk voor u op een rij.
1. Niet-fiscale overwegingen
Beperking van aansprakelijkheid
Bij een eenmanszaak bent u met uw volledige privévermogen aansprakelijk voor schulden van uw onderneming.
Bij een vof zijn vennoten hoofdelijk aansprakelijk.
Bij een maatschap zijn maten aansprakelijk voor hun aandeel.
Bij een bv is de aansprakelijkheid in principe beperkt tot het bedrag dat is geïnvesteerd in de bv (de waarde van de aandelen). Dat betekent dat uw privévermogen beter beschermd is.
Let op: in de praktijk vragen banken vaak om een privéborgstelling bij financieringen. Daarnaast kan er sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid bij onbehoorlijk bestuur of het niet tijdig melden van betalingsproblemen.
Bedrijfsoverdracht en continuïteit
Een onderneming in een bv is doorgaans eenvoudiger over te dragen dan een eenmanszaak of vof.
Bij een eenmanszaak moeten alle activa en passiva afzonderlijk worden overgedragen. Bij een bv kan gekozen worden voor overdracht van aandelen, wat administratief vaak eenvoudiger is.
Bij toekomstige verkoop of opvolging kan een structuur met een holding en werkmaatschappij fiscaal aantrekkelijk zijn. De holding kan dan onder voorwaarden gebruikmaken van de deelnemingsvrijstelling.
2. Fiscale verschillen tussen IB-onderneming en bv
Ondernemen in de inkomstenbelasting (eenmanszaak/vof/maatschap)
De volledige winst wordt belast in box 1 tegen een progressief tarief. U heeft recht op ondernemersfaciliteiten, zoals:
-
Zelfstandigenaftrek (in 2026: € 1.200, starters extra € 2.123)
-
Mkb-winstvrijstelling (12,7% van de winst)
Deze faciliteiten verlagen de belastingdruk, maar zijn de afgelopen jaren sterk afgebouwd.
Onbelast winst oppotten is niet mogelijk: u betaalt jaarlijks belasting over de volledige winst.
Ondernemen via een bv
In een bv wordt de winst eerst belast met vennootschapsbelasting:
-
19% over de eerste € 200.000
-
25,8% over het meerdere
Daarna betaalt u als directeur-grootaandeelhouder (dga) belasting in box 2 wanneer winst wordt uitgekeerd:
-
24,5% tot € 68.843
-
31% over het meerdere
-
Met fiscaal partner geldt het lage tarief tot € 137.686
Hierdoor ontstaat een gecombineerde belastingdruk van ongeveer 38,85% tot 48,80% bij volledige uitkering.
Het grote verschil: u bepaalt zelf wanneer u winst uitkeert. Hierdoor kunt u winst (tijdelijk) in de bv laten zitten.
3. Het gebruikelijk loon
Als dga bent u verplicht uzelf een salaris toe te kennen. In 2026 moet dit minimaal het hoogste zijn van:
-
Het loon uit een vergelijkbare functie
-
Het loon van de best betaalde werknemer in uw bv
-
€ 58.000
Hoe hoger het gebruikelijk loon, hoe kleiner het fiscale voordeel van de bv-structuur.
Voor starters en verlieslijdende bv’s kan onder voorwaarden een lager gebruikelijk loon gelden.
4. Verzekeringen en sociale zekerheid
Een dga met een meerderheidsbelang is meestal niet verzekerd voor werknemersverzekeringen (zoals WW en WIA). U moet zelf voorzieningen treffen voor bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid.
Wel betaalt u een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). In 2026 bedraagt deze 4,85% tot een maximum van € 3.851.
5. Zakendoen met uw eigen bv
Als dga kunt u geld lenen van uw bv, bijvoorbeeld voor een woning. Dit moet wel tegen zakelijke voorwaarden gebeuren.
Leningen boven € 500.000 (met uitzondering van bepaalde eigenwoningleningen met hypotheekrecht) worden belast als fictief inkomen in box 2.
6. Overstappen naar een bv: ruisend of geruisloos?
Bij omzetting naar een bv moet u in principe afrekenen over stille reserves en opgebouwde oudedagsvoorzieningen (ruisende overgang).
Onder voorwaarden kunt u ook kiezen voor een geruisloze overgang. Daarmee kunt u de fiscale claim naar de toekomst doorschuiven. Dat kan aantrekkelijk zijn, maar heeft ook nadelen.
Welke methode voor u het meest geschikt is, hangt sterk af van uw persoonlijke situatie.
Wanneer is een bv interessant?
Er bestaat geen vaste winstgrens waarbij een bv altijd voordeliger is. Factoren die meespelen zijn onder andere:
-
Hoogte van de winst
-
Hoogte van het gebruikelijk loon
-
Toekomstige investeringen
-
Verkoopplannen
-
Risicoprofiel van de onderneming
-
Aanwezigheid van een fiscale partner
-
Pensioen- en vermogensplanning
Het is altijd maatwerk.
Overweegt u de overstap naar een bv?
Een overstap naar een bv kan financieel aantrekkelijk zijn, maar brengt ook extra verplichtingen en kosten met zich mee. Daarnaast spelen juridische, fiscale en strategische overwegingen een rol.
Wij helpen u graag bij het maken van een weloverwogen keuze.
Heeft u vragen of wilt u weten wat in uw situatie verstandig is? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee en maken desgewenst een persoonlijke berekening voor uw onderneming.
Een ondernemer die buiten Nederland gevestigd is en geen btw-aangifte doet in Nederland, kan Nederlandse btw terugvragen door digitaal een verzoek te doen bij de Belastingdienst van het EU-land waar hij gevestigd is. Vanaf 1 april 2026 geldt daarvoor een aanvullende voorwaarde.
Een ondernemer die buiten Nederland gevestigd is en geen btw-aangifte doet in Nederland, kan Nederlandse btw terugvragen door digitaal een verzoek te doen bij de Belastingdienst van het EU-land waar hij gevestigd is. Vanaf 1 april 2026 geldt daarvoor een aanvullende voorwaarde. De niet in Nederland gevestigde ondernemer moet dan bij het verzoek ook de factuur of het invoerdocument voegen als het factuurbedrag (excl. btw) € 1.000 of meer bedraagt. Gaat het om brandstof, dan moet een factuur worden bijgevoegd als het factuurbedrag (excl. btw) € 250 of meer bedraagt. De factuur of het invoerdocument moet zijn opgesteld in het Duits, Frans, Italiaans of Nederlands.
Wanneer wij u van dienst kunnen zijn bij het terug vragen van BTW uit een ander EU-land dan kunt u contact opnemen met Casper Lacroix.
Het einde van het jaar nadert en daarmee ook de fiscale peildatum van 1 januari 2026. Voor veel ondernemers en dga’s biedt de laatste maand van 2025 nog belangrijke kansen om belasting te besparen en financiële risico’s te voorkomen. Uit de jaarlijkse eindejaarstips komen drie onderwerpen duidelijk naar voren als meest urgent.
1. Box-3 planning: voorkom een hogere belastingdruk in 2026
In 2026 geldt opnieuw een forse kloof tussen het fictieve rendement op spaargeld (1,44%) en overige bezittingen (6%). Dat betekent dat ondernemers met privévermogen nog maar enkele weken hebben om aankopen, aflossingen of verschuivingen te doen die hun belastingdruk aanzienlijk kunnen verlagen. Met name het voor 31 december betalen van grote uitgaven — zoals een auto, verbouwing of andere vrijgestelde bezittingen — kan gunstig zijn, omdat dit uw belastbare vermogen verlaagt.
Let wel: de wet kent strenge regels tegen peildatumarbitrage. Tijdelijke verschuivingen rond 1 januari zijn niet toegestaan.
2. Controleer uw voorlopige aanslag en voorkom hoge belastingrente
De belastingrente blijft uitzonderlijk hoog: 6,5% voor de inkomstenbelasting en zelfs 9% voor de vennootschapsbelasting. Een te lage voorlopige aanslag 2025 kan daardoor een dure verrassing opleveren. Door nog dit jaar een aangepaste voorlopige aanslag aan te vragen, voorkomt u renteheffing en verlaagt u tegelijk uw box-3-vermogen op de peildatum.
Ook bij een te hoge aanslag is actie verstandig: de Belastingdienst vergoedt vrijwel nooit rente, waardoor uw geld feitelijk renteloos vaststaat.
3. Slim investeren om optimaal gebruik te maken van de KIA
Voor ondernemers die willen investeren, is 2025 een strategisch jaar. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kan oplopen tot 28% bij investeringen tussen €2.901 en €70.602. Wie net onder deze grens zit, kan met een kleine extra investering alsnog recht krijgen op aftrek.
Ondernemers die juist te veel investeren, doen er goed aan aankopen te spreiden over 2025 en 2026 om aftrekverlies te voorkomen. Ook geldt: van nog niet in gebruik genomen investeringen moet binnen twaalf maanden minimaal 25% zijn aanbetaald, anders vervalt de aftrek.
Volledige lijst met fiscale aandachtspunten beschikbaar
Bovenstaande drie onderwerpen zijn de meest urgente, maar het volledige document bevat een breed overzicht van alle fiscale aandachtspunten voor ondernemers, dga’s, werkgevers, woningeigenaren en particulieren richting 2026. Daarin wordt onder andere ingegaan op schenkingen, heffingskortingen, investeringsregelingen, toeslagen, autokosten en wijzigingen in de vennootschapsbelasting.
Wilt u een volledige overzicht of wilt u bespreken welke aandachtspunten specifiek voor uw situatie relevant zijn? Wij helpen u graag verder.
Heeft u een personeelsvereniging? Zorg dan dat u binnen de voorwaarden blijft om de uitgaven van de personeelsvereniging vrijgesteld te laten. Welke voorwaarden zijn dat? Mag u bijvoorbeeld als werkgever ook een financiële bijdrage leveren?
Belast of vrijstelling
In principe zijn uitgaven van een personeelsvereniging voor bijvoorbeeld een uitje met werknemers belastbaar met loonheffingen. Voor de werknemers vormt dit namelijk een voordeel uit hun dienstbetrekking. Gelukkig kent de wet al heel lang de mogelijkheid om een beroep te doen op de fondsvrijstelling. Bij een beroep op deze vrijstelling zijn de uitgaven vrijgesteld van loonheffingen. Daarvoor geldt wel een aantal voorwaarden.
Voorwaarden fondsvrijstelling
Als uw personeelsvereniging voldoet aan de hierna genoemde voorwaarden zijn de uitgaven (personeelsuitjes, maar ook andere uitkeringen en verstrekkingen door de personeelsvereniging) in principe vrijgesteld van loonheffingen.
Financiële bijdrage werkgever niet groter dan werknemer
Uw financiële bijdrage aan de personeelsvereniging mag in de afgelopen vijf jaar niet hoger zijn geweest dan de financiële bijdrage van alle werknemers samen. U mag dus niet meer bijgedragen hebben dan uw werknemers in de afgelopen vijf jaar. Deze vergelijking vindt niet per jaar plaats, maar aan de hand van de totalen van de afgelopen vijf jaar.
Let op! Bestaat uw personeelsvereniging nog geen vijf jaar, dan mag uw financiële bijdrage vanaf de oprichting tot in het jaar waarin de personeelsvereniging uitgaven doet, in totaal niet hoger zijn dan de financiële bijdrage van alle werknemers.
Bijdrage mag niet symbolisch zijn
Uit een arrest van de Hoge Raad volgt dat de financiële bijdrage van de werknemers in de afgelopen vijf jaar niet een symbolische bijdrage mag zijn. Was er bijvoorbeeld al een groot vermogen in de personeelsvereniging en stortten de werknemers € 1 per jaar in de afgelopen vijf jaar, dan is de fondsvrijstelling niet van toepassing.
Werknemers hebben geen recht
Uw werknemers mogen geen recht hebben op uitkeringen en verstrekkingen door de personeelsvereniging. In het reglement van de personeelsvereniging mag dus niet zijn opgenomen dat elke werknemer in ruil voor zijn of haar financiële bijdrage recht heeft op bepaalde vergoedingen of verstrekkingen.
Geen betrekking op ziekte, bevalling, overlijden
De uitkeringen of verstrekkingen door de personeelsvereniging mogen geen betrekking hebben op ziekte, invaliditeit, bevalling, adoptie of overlijden.
Voldoe aan de voorwaarden
Zorg dat uw personeelsvereniging aan deze voorwaarden blijft voldoen. Dan zijn de uitgaven van de personeelsvereniging vrijgesteld van loonheffingen. Ook uw financiële bijdrage aan de
personeelsvereniging is dan onbelast. De bijdrage van de werknemers houdt u overigens in op hun nettoloon.
Als uw werknemer ook thuiswerkt, kunt u dan de kosten van het volledige internetabonnement onbelast vergoeden?
Noodzakelijke voorziening
Als de vergoeding van het internetabonnement gezien kan worden als een noodzakelijke voorziening, kunt u deze onbelast vergoeden. U kunt dan namelijk de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen toepassen.
Er is sprake van een noodzakelijke voorziening als uw werknemer het internet nodig heeft voor zijn werk en ook gebruikt voor zijn werk. Daarvan zal bij een werknemer die thuiswerkt en daarbij internet nodig heeft dus sprake zijn. Het is dan niet van belang hoe veel de werknemer thuiswerkt.
Let op! Zelfs als uw werknemer in theorie zijn werk ook zou kunnen doen zonder internet, kunt u het internet toch onbelast vergoeden als u kunt aantonen dat de werknemer zijn werk met internet bijvoorbeeld beter kan doen dan zonder internet. Het gaat erom dat u kunt laten zien dat het internet naar uw redelijke oordeel noodzakelijk is voor het behoorlijk doen van het werk.
Volledige vergoeding?
De vraag is of u het volledige internetabonnement van de werknemer onbelast mag vergoeden. Veelal zal de werknemer immers ook privé gebruikmaken van het internet. Daar hoeft u echter geen rekening mee te houden. U mag dus de volledige kosten van het internet onbelast vergoeden.
Of een deel?
U hoeft uiteraard niet het volledige internet aan uw werknemer te vergoeden. Die keuze is aan u. Als u bijvoorbeeld het internet slechts vergoedt naar rato van het aantal thuiswerkdagen, kan die vergoeding ook gewoon onbelast. Datzelfde geldt als u aan uw werknemer een eigen bijdrage vraagt. Ook dan kan de vergoeding onbelast. Uiteraard moet het in beide situaties wel zo zijn dat uw werknemer het internet nodig heeft voor zijn werk en daarvoor ook gebruikt.
Tv en vaste telefoon
De meeste providers bieden naast internet ook een abonnement aan met internet, tv en vaste telefoon. De kosten van deze zogenaamde 3-in-1 pakketten mag u niet volledig onbelast vergoeden. De onbelaste vergoeding geldt alleen voor het internetdeel.
Dga
De gerichte vrijstelling voor noodzakelijke voorzieningen geldt in principe niet voor een werknemer met de functie bestuurder of commissaris. In principe kunt u het internet dus niet onbelast vergoeden aan de dga onder deze gerichte vrijstelling.
Let op! In de wet is hiervoor wel een achterdeurtje opgenomen. Als u aannemelijk maakt dat het vergoeden van het internetabonnement gebruikelijk is voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, kunt u de gerichte vrijstelling toch toepassen. Wordt over het algemeen aan werknemers met een vergelijkbaar functieprofiel ook het internet vergoed, dan zal de vergoeding al snel gebruikelijk zijn