Skip to content

De Subsidieregeling Praktijkleren is bedoeld om werkgevers te stimuleren praktijk- of werkleerplekken aan te bieden aan studenten die praktijkervaring opdoen binnen het bedrijf. Dit geldt onder andere voor mbo-studenten in een BBL-opleiding, hbo-studenten in de techniek of gezondheidszorg, promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s).

Voor het studiejaar 2025–2026 kunnen werkgevers van 2 juni 2026, 09:00 uur, tot en met 17 september 2026, 17:00 uur, subsidie aanvragen via de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). De subsidie bedraagt maximaal € 2.800 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats, afhankelijk van het aantal weken begeleiding.

Voorwaarden op hoofdlijnen

Om in aanmerking te komen voor de subsidie, gelden onder andere de volgende voorwaarden:

Belangrijke data

Let op: de aanvraag verloopt digitaal via het RVO-loket en vereist eHerkenning niveau 3. Werkgevers kunnen eventueel een intermediair machtigen om de aanvraag in te dienen.

Waarom meedoen?

Van maandag 3 november 2025 9.00 uur tot vrijdag 28 november 2025 17.00 uur kunt u weer de subsidie praktijkleren in de derde leerweg aanvragen.

Voor wie?

Erkende leerbedrijven die een praktijkplaats verzorgen voor een mbo-student in de derde leerweg (overig onderwijs (ovo) of overige opleidingen in deeltijd (odt)) kunnen voor de subsidie in aanmerking te komen.

Voorwaarden

Voor de subsidie gelden een aantal voorwaarden:

• De student moet een werkzoekende zijn of betaalde arbeid verrichten.

• De student moet tijdens de aanvraagperiode staan ingeschreven in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van DUO.

• De opleiding die de student volgt, moet gericht zijn op het behalen van een volledig diploma, een certificaat of een praktijkverklaring.

• De student moet de opleiding op of na 1 augustus 2023 gestart zijn.

• De opleiding moet zijn opgenomen in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo).

Let op! De subsidie is niet voor mbo-studenten in de beroepsopleidende leerweg (bol) en beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Voor deze studenten kan de werkgever mogelijk wel in aanmerking komen voor de Subsidieregeling praktijkleren voor het mbo. Tip! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Hoogte subsidie

Per praktijkplaats kan maximaal € 2.700 subsidie gekregen worden. Het uiteindelijke subsidie kan lager zijn. Als er namelijk meer toegekende aanvragen zijn dan het beschikbar budget, wordt dat budget verdeeld over de aanvragen. In 2025 bedraagt het budget € 2.800.000.

Let op! De subsidie wordt maximaal verstrekt over een periode van 52 aaneengesloten weken, waarvan er maximaal 40 voor subsidie in aanmerking komen.

Aanvragen

Aanvragen van de subsidie kan via RVO.nl. Het erkende leerbedrijf moet de subsidie wel aanvragen binnen een jaar na afloop van de praktijkleerplaats.

De regering heeft vandaag het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Het voorstel moet werknemers met een flexibel contract meer duidelijkheid geven over hun inkomen en werktijden. Ook worden maatregelen genomen om misstanden in de uitzendbranche en draaideurconstructies met tijdelijke contracten tegen te gaan.

 

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Eddy van Hijum benadrukt het belang van deze hervorming:
“Als je zeker bent van je inkomen en werktijden, geeft dat rust. Het schept ruimte om plannen te maken voor de toekomst. Voor sommige bedrijven en sectoren is onzekere arbeid een verdienmodel geworden. Met dit wetsvoorstel vergroten we direct de bestaanszekerheid van mensen en maken we het moeilijker om hen uit te buiten.”

Belangrijkste maatregelen uit het wetsvoorstel

Gelijke arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten

Strenger optreden tegen draaideurconstructies

Afschaffen van nulurencontracten

Inwerkingtreding

Als het wetsvoorstel zowel door de Tweede als de Eerste Kamer wordt aangenomen, treedt de nieuwe wet in werking op 1 januari 2027. Een uitzondering is de maatregel over gelijke beloning voor uitzendkrachten, die al per 1 januari 2026 van kracht kan worden.

Hervorming van de arbeidsmarkt

Dit wetsvoorstel maakt deel uit van een bredere hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt. De maatregelen vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 maakte met vakbonden en werkgevers, en zijn gebaseerd op aanbevelingen uit het Borstlap-rapport (2020) en het SER-advies (2021).

Met deze hervormingen wil de regering een betere balans creëren tussen zekerheid voor werknemers en flexibiliteit voor ondernemers.

Begin september 2025 past KVK de SBI-codes in het Handelsregister aan. De codes laten zien wat een bedrijf of organisatie doet. Ze gaan veranderen en er komen nieuwe codes bij. Ook jij hebt een of meerdere SBI-codes. Ontdek daarom nu wat je moet doen en weten.

 

1. Wat moet ik doen?

Controleer in Mijn KVK of de omschrijving van je activiteiten nog klopt. Pas je activiteitenomschrijving aan als deze niet (meer) klopt. Als je wilt kun je zelf een voorstel doen voor een passende SBI-code. Daarna geeft KVK je de juiste SBI-code voor je bedrijf of organisatie.

2. Wat als ik mijn activiteitenomschrijving niet controleer?

Als je activiteitenomschrijving niet (meer) klopt, krijg je ook niet de juiste SBI-code(s). Een verkeerde SBI-code kan leiden tot problemen. Je krijgt mogelijk niet de subsidie waar je recht op hebt, de bank weigert je lening of je betaalt meer geld dan nodig aan je verzekering. De overheid, banken en andere organisaties gebruiken je SBI-code(s) bijvoorbeeld om te bepalen of je een subsidie kunt krijgen, of geld kunt lenen.

3. Wanneer wijzigen de SBI-codes precies?

KVK vervangt op 6 en 7 september 2025 in het Handelsregister waar dat nodig is, de huidige SBI-code(s) door een of meerdere nieuwe. We kijken daarbij naar de omschrijving van je activiteiten en kiezen de SBI-code die daarbij hoort.

4. Wat verandert er?

Sommige codes veranderen helemaal. Daarnaast krijgen codes die uit vier cijfers bestaan er een extra getal bij (een nul). Er waren twee aparte codes voor online verkoop en verkoop via fysieke winkels. Hier is vanaf september nog maar één code voor omdat veel bedrijven fysieke en online verkoop combineren. Er komen ook nieuwe codes bij, zoals de code voor ‘bemiddeling en tussenpersonen’, denk hierbij aan marktplaatsen en vergelijkingssites.

5. Waarom wijzigen de SBI-codes?

De SBI-codes veranderen ongeveer elke 15 jaar. Dit wordt op Europees niveau geregeld. Dit gebeurt omdat er nieuwe bedrijfsactiviteiten ontstaan en oude verdwijnen, zoals bijvoorbeeld videotheken. Door de wijziging passen de codes weer beter bij de werkelijkheid. Ook sluiten de codes zo beter aan bij Europese landen om ons heen. Internationale rapporten en statistieken kunnen dan beter worden vergeleken.

Werkgevers gaan in 2026 meer betalen aan de premies voor de Werkhervattingskas (Whk). Het gaat om de premiecomponenten voor de Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW-flex).

 

Stijgende percentages

Het gemiddelde premiepercentage voor de WGA stijgt van 0,83% in 2025 naar 0,96% in 2026. Voor de ZW-flex gaat het gemiddelde percentage omhoog van 0,50% naar 0,56%.

De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van langdurige ziektegevallen, met name onder jonge werknemers. Factoren als longcovid en psychische aandoeningen zorgen voor een hogere instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Let op:

Premieplichtig loon

De hoogte van de Whk-premie is afhankelijk van de omvang van uw onderneming. Hiervoor geldt het gemiddelde premieplichtig loon, dat in 2026 stijgt van €39.600 naar €43.300.

Op basis hiervan wordt bepaald in welke categorie uw bedrijf valt:

Belangrijk: in 2026 kijkt men naar de loonsom van 2024.

Beschikking Belastingdienst – actie gevraagd

Peopleprofs ontvangt deze beschikking of mededeling graag van u. Op die manier kunnen wij in 2026 direct de juiste premie toepassen in de salarisadministratie en voorkomt u fouten of naheffingen.

Eigenrisicodragers: deadline 1 oktober 2025

Bent u eigenrisicodrager voor de WGA of ZW? Dan betaalt u de premies niet via de Belastingdienst.

Rekenhulp

Het UWV biedt een online rekenhulp waarmee u de gedifferentieerde premies WGA en ZW-flex voor 2026 kunt berekenen.

De afgelopen periode zijn er veel veranderingen aangekondigd die van invloed zijn op werkgevers, werknemers en ondernemers. Hieronder lees je tien belangrijke ontwikkelingen op het gebied van lonen en arbeidsrelaties.

1. 52% belasting op bijtelling auto van de zaak met CO₂-uitstoot

Vanaf 2027 wil het kabinet een nieuwe pseudo-eindheffing invoeren:

2. Wet ‘Meer zekerheid voor flexwerkers’ ingediend

Op 19 mei 2025 is dit wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Belangrijke punten:

3. Nieuwe fiscale regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Het kabinet werkt aan een regeling waarin:

4. RVU-regeling versoepeld tot en met 2028

De versoepeling van de RVU-heffing blijft nog drie jaar langer gelden:

5. Verhoging minimumjeugdloon en afschaffing bbl-loonstaffel

Per 1 januari 2027 gaan de minimumjeugdlonen omhoog. Enkele aanpassingen:

6. Belastingrente: massaal bezwaarprocedure gestart

Een rechter oordeelde dat belastingrente op Vpb-aanslagen onredelijk hoog kan zijn.

7. Toelatingsstelsel voor uitzendbureaus vanaf 2027

Vanaf 1 januari 2027 geldt een nieuw stelsel:

8. Wetsvoorstel Vbar & initiatiefwet Zelfstandigenwet

Op 7 juli 2025 is het wetsvoorstel Vbar ingediend. Belangrijke punten:

9. Aanpassingen in loonkostenvoordelen (LKV)

Per 1 januari 2026 verandert de doelgroep voor loonkostenvoordelen:

10. Voorstel: vereenvoudigde inlenersaansprakelijkheid

Het kabinet wil de Belastingdienst meer mogelijkheden geven om inleners aansprakelijk te stellen:

Een kantoor aan huis is handig en kan fiscale voordelen opleveren, maar de Belastingdienst stelt duidelijke voorwaarden. Of je recht hebt op aftrekposten of btw-teruggave, hangt onder andere af van de inrichting van je werkruimte, de rechtsvorm van je onderneming (zoals een bv of eenmanszaak) en het zakelijke gebruik van de ruimte. In dit artikel lees je waar je op moet letten.

 

Wanneer is een werkruimte fiscaal kwalificerend?

Een werkruimte is alleen fiscaal voordelig als deze kwalificerend is. Dat betekent dat aan twee voorwaarden moet worden voldaan:

Zelfstandigheidseis
De ruimte moet duidelijk zelfstandig zijn. Denk aan een eigen ingang en eigen sanitair, zodat de werkruimte ook aan een derde te verhuren zou zijn. Een werkkamer in je woonkamer of zolder voldoet hier niet aan. Een verbouwde garage met eigen toegang kan dat wel zijn.

Inkomenseis
Een groot deel van je inkomen moet je in of vanuit deze ruimte verdienen:

 

Voor eenmanszaken, vof of maatschap

Privévermogen

Ondernemingsvermogen

 

Voor ondernemers met een bv

Kwalificerende werkruimte
De ruimte wordt door jou, als dga, ter beschikking gesteld aan je bv.

Niet-kwalificerende werkruimte
De ruimte blijft deel uitmaken van je eigen woning.

 

Btw-regels

Eenmanszaak/vof
Gebruik je de ruimte zakelijk en lever je btw-belaste prestaties? Dan kun je de btw op bijvoorbeeld energie, inrichting en onderhoud (gedeeltelijk) terugvragen.

Bv/dga
Bij verhuur aan de bv is btw-aftrek bij onzelfstandige werkruimtes vaak niet toegestaan, al is daar discussie over. Overleg met je adviseur om misverstanden of naheffingen te voorkomen.

Een scheiding is al ingewikkeld genoeg, maar als je een eigen onderneming hebt, komt er nóg meer bij kijken. Of je nu een eenmanszaak of een bv hebt, je bedrijf speelt vaak een belangrijke rol bij de financiële en juridische afwikkeling van de scheiding. In dit artikel geven we antwoord op vragen.

 

Huwelijksvermogensregime: wat is van wie?

De manier waarop jullie vermogen verdeeld wordt, hangt af van hoe je bent getrouwd:

Tip: Controleer regelmatig of je huwelijksvoorwaarden nog passen bij jouw situatie als ondernemer.

 

Rechtsvorm van de onderneming

De gevolgen van een scheiding verschillen per rechtsvorm:

Werkten jullie samen in het bedrijf? Is de onderneming tijdens het huwelijk flink gegroeid? Dan is er mogelijk recht op vergoeding of verrekening.

 

Waardering en verdeling van het bedrijf

Bij de verdeling wordt gekeken naar de waarde van de onderneming of de aandelen, mits deze in de gemeenschap vallen. Een onafhankelijke waardebepaling is hierbij belangrijk.

Let op: het uitkopen van je partner kan een flinke impact hebben op de liquiditeit van je bedrijf. Soms worden alternatieven gezocht, zoals:

Belangrijk: controleer of er bij zakelijke financieringen privézekerheden zijn afgegeven (bijvoorbeeld hypotheek op de woning).

 

Pensioenrechten en verdeling

Je partner heeft in principe recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, en op een bijzonder partnerpensioen.

Heb je pensioen in eigen beheer opgebouwd (voor 2020)? Dan moet je partner misschien gecompenseerd worden, zeker als jij hebt gekozen voor afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting.

Let op: Pensioenverevening kan worden uitgesloten of anders worden verdeeld als jullie dat schriftelijk vastleggen in de huwelijkse voorwaarden of het echtscheidingsconvenant.

 

Alimentatie: hoe wordt dat berekend?

Partneralimentatie

Wanneer één van de ex-partners onvoldoende inkomsten heeft, kan de ander verplicht zijn partneralimentatie te betalen. De duur hangt af van het moment van scheiden en persoonlijke omstandigheden.

Let op: Partneralimentatie is aftrekbaar voor de betaler en belast bij de ontvanger.

Kinderalimentatie

De hoogte wordt berekend op basis van het netto gezinsinkomen ten tijde van de scheiding. Ook wordt rekening gehouden met de zorgverdeling (zorgkorting) en eventuele oppaskosten.

Let op: Kinderalimentatie is niet aftrekbaar voor de betaler en onbelast voor de ontvanger.

Specifiek voor ondernemers

Voor ondernemers wordt bij alimentatie gekeken naar meer dan alleen jaarcijfers. Ook kasstromen, prognoses en de sector zijn van belang. Voorkom dubbeltellingen (bijvoorbeeld als de waarde van het bedrijf én toekomstige inkomsten dubbel meetellen).

 

Fiscale gevolgen van de scheiding

Fiscaal partnerschap

Je bent geen fiscaal partner meer zodra je apart woont én een scheidingsverzoek is ingediend. Tot het einde van dat jaar kun je er nog wél voor kiezen om samen aangifte te doen.

Onderneming en belasting

Let op: Laat je goed begeleiden om vervelende verrassingen te voorkomen.

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is op 8 juli 2025 aangenomen door de Eerste Kamer. De regels voor het tegenbewijs zijn nu dus definitief. Met het formulier OWR, dat inmiddels via Mijn Belastingdienst beschikbaar is, kun je een beroep doen op de tegenbewijsregeling. Wij kunnen dat namens jou op korte termijn via onze aangiftesoftware doen.

 

Hoge Raad: aanvullend rechtsherstel box 3

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke vastgestelde rendement. De Hoge Raad gaf daarbij, en ook in latere arresten, aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden.

Wet tegenbewijsregeling box 3

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is gebaseerd op de aanwijzingen van de Hoge Raad. Als het werkelijk rendement lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement kun je mogelijk een beroep doen op deze tegenbewijsregeling.

Let op! Is jouw werkelijke rendement hoger, dan hoef je niets te doen. Gelukkig hoef je dan niet meer box 3-heffing te betalen dan op basis van het wettelijk vastgestelde rendement. Niet iedereen komt voor de tegenbewijsregeling box 3 in aanmerking. Wij verwijzen je hiervoor naar onze eerdere bijdrage

 

Brieven Belastingdienst

Om gebruik te maken van de tegenbewijsregeling, moet je verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Is je aanslag inkomstenbelasting over het betreffende jaar nog niet definitief, dan krijg je van de Belastingdienst een brief. In deze brief staat dat je gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling.

Let op! De Belastingdienst stuurt deze brief naar jou als belastingplichtige, en niet naar ons als jouw adviseur. Ontvang je zo’n brief en wil je dat wij voor je nagaan of je in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling en/of wij het formulier OWR voor je vullen , lever deze dan zo spoedig mogelijk bij ons in. Je krijgt namelijk maar een beperkte termijn om het formulier OWR in te vullen. Dat is 26 weken als wij de aangifte voor je hebben ingediend en 12 weken als je zelf de aangifte indiende.

Houd er rekening mee dat je per belastingjaar een brief krijgt van de Belastingdienst. Die brieven komen waarschijnlijk ook niet allemaal tegelijk.

Loopt er bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering tegen een of meerdere belastingjaren? Dan ontvang je van de Belastingdienst een brief om dit bezwaar of verzoek te motiveren. Deze brief kan meerdere belastingjaren bevatten. Lever ook deze motiveringsbrief snel bij ons in na ontvangst. De maximale reactietermijn voor deze brieven is namelijk maar 12 weken.

 

Verzamel alvast jouw gegevens

Wil je een beroep doen op de tegenbewijsregeling, verzamel dan alvast de gegevens die nodig zijn voor de berekening en onderbouwing van het werkelijke rendement. Dat voorkomt straks vertraging waardoor mogelijk de inlevertermijn van het formulier OWR niet gehaald wordt.

Definitieve aanslag

Ontvangt je een definitieve aanslag? Dan kan het verstandig zijn om tijdig bezwaar te maken tegen deze aanslag. In sommige gevallen is het formulier OWR misschien onvoldoende. Neem daarom bij ontvangst van een definitieve aanslag contact met ons op om met ons na te gaan wat in jouw situatie verstandig is te doen.

De Belastingdienst heeft op 30 juni 2025 extra toelichting gegeven over hoe werkgevers de zogenoemde doelmatigheidsgrens van € 2.400 binnen de Werkkostenregeling (WKR) mogen toepassen. Deze uitleg schept meer duidelijkheid over wanneer vergoedingen en verstrekkingen als gebruikelijk worden beschouwd, en dus zonder discussie als eindheffingsloon kunnen worden aangewezen.

 

Wat is de gebruikelijkheidstoets?

Binnen de WKR kan een werkgever bepaalde vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen aanwijzen als eindheffingsloon. Hierdoor worden deze kosten niet individueel belast bij de werknemer, maar vallen ze onder de vrije ruimte van de WKR. Deze ruimte bedraagt in 2025:

Boven deze vrije ruimte betaalt de werkgever een eindheffing van 80%.

De gebruikelijkheidstoets stelt echter een grens: alleen zaken die maximaal 30% afwijken van wat gebruikelijk is binnen vergelijkbare omstandigheden, mogen als eindheffingsloon worden aangewezen. Dat maakt het soms lastig te bepalen wat nu wel of niet binnen de WKR past.

 

Doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar

Om werkgevers hierin te ondersteunen, hanteert de Belastingdienst een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar. Deze grens functioneert als een veilige haven: alles wat binnen dit bedrag valt, wordt automatisch als gebruikelijk beschouwd. De Belastingdienst zal hier dus geen verdere toets op uitvoeren.

Let op: Dit bedrag geldt per werknemer per jaar en mag gebruikt worden ongeacht het soort kosten. Denk aan:

Wat telt wel en niet mee binnen de € 2.400?

Niet meetellen voor de € 2.400-grens:

Wel meetellen voor de € 2.400-grens:

 

Praktische voorbeelden

Voorbeeld 1 – Binnen de veilige haven:

Een werkgever vergoedt:

Daarnaast ontvangt de werknemer een eindejaarsuitkering van € 2.400. Omdat de eerste twee vergoedingen buiten de doelmatigheidsgrens vallen, blijft de eindejaarsuitkering van € 2.400 precies binnen de veilige haven. De Belastingdienst zal hierover geen discussie voeren.

Voorbeeld 2 – Boven de veilige haven:

Een werkgever keert een bonus uit van € 4.000 en wil dit volledig aanwijzen als eindheffingsloon. Er zijn verder geen andere vergoedingen of verstrekkingen. De eerste € 2.400 valt binnen de doelmatigheidsgrens, maar de resterende € 1.600 zal worden getoetst op gebruikelijkheid. De kans is groot dat de Belastingdienst dit bedrag niet gebruikelijk vindt, waardoor het mogelijk belastbaar wordt bij de werknemer.

Belang voor de praktijk

De nieuwe uitleg van de Belastingdienst biedt werkgevers meer zekerheid. Binnen de grens van € 2.400 per werknemer per jaar kunnen ze zonder risico vergoedingen aanwijzen als eindheffingsloon. Boven dit bedrag is het verstandig om vooraf overleg te voeren met de Belastingdienst of goed te onderbouwen waarom de vergoeding of verstrekking gebruikelijk is binnen de organisatie of branche.

 

Samenvattend

Tip: Maak per werknemer jaarlijks een overzicht van alle vergoedingen die je aanwijst als eindheffingsloon, zodat je weet of je binnen of boven de € 2.400-grens zit. Dat voorkomt verrassingen bij een controle.

Secret Link