Skip to content
Terug naar Nieuws

Zakelijke brandstofauto wordt duurder vanaf 2027: is overstappen op elektrisch nu verstandig?

door ZM Groep
Datum 28 mei 2026
Fiscale tip
4 min lezen

Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een extra heffing op zakelijke personenauto’s met CO₂-uitstoot. Deze zogenoemde pseudo-eindheffing kan grote financiële gevolgen hebben voor organisaties met benzine-, diesel- of hybride leaseauto’s. Voor werkgevers is dit daarom hét moment om het wagenpark kritisch te bekijken.

De overheid wil de overstap naar emissievrij rijden versnellen. Daarom wordt het voor werkgevers vanaf 2027 fiscaal minder aantrekkelijk om werknemers nog een zakelijke brandstofauto ter beschikking te stellen die ook privé of voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. De maatregel geldt niet voor volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s.

Wat is de pseudo-eindheffing?

Een pseudo-eindheffing is een bijzondere vorm van loonbelasting. In dit geval betekent het dat de werkgever extra belasting betaalt over een voordeel dat aan de werknemer wordt gegeven: het gebruik van een zakelijke personenauto met uitstoot.

Belangrijk hierbij is dat deze heffing voor rekening van de werkgever komt. De kosten mogen niet worden doorberekend aan de werknemer. De pseudo-eindheffing komt bovendien bovenop de bestaande bijtelling die werknemers betalen wanneer zij een auto van de zaak privé gebruiken.

12% extra heffing per jaar

Vanaf 2027 betaalt de werkgever jaarlijks 12% pseudo-eindheffing over de cataloguswaarde van een zakelijke personenauto met benzine-, diesel- of hybride aandrijving, wanneer deze auto ook privé of voor woon-werkverkeer wordt gebruikt.

Een voorbeeld:

Bij een auto met een cataloguswaarde van € 50.000 bedraagt de extra heffing:

12% x € 50.000 = € 6.000 per jaar

Voor werkgevers met meerdere leaseauto’s kan dit dus snel oplopen tot een aanzienlijke kostenpost.

Woon-werkverkeer telt mee als privégebruik

Een belangrijk verschil met de reguliere bijtelling is dat woon-werkverkeer voor deze pseudo-eindheffing wordt gezien als privégebruik. Dat betekent dat een werknemer die de auto alleen gebruikt voor zakelijke ritten én woon-werkverkeer alsnog onder de regeling kan vallen.

Alleen wanneer een auto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt en niet wordt ingezet voor woon-werkverkeer of ander privégebruik, kan de heffing buiten toepassing blijven. Dit vraagt wel om een goede onderbouwing en duidelijke administratie.

Overgangsregeling tot 17 september 2030

Voor zakelijke personenauto’s met uitstoot die vóór 1 januari 2027 al aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto’s hoeft de pseudo-eindheffing pas vanaf 17 september 2030 te worden betaald.

Let op: bij een nieuwe terbeschikkingstelling kan de overgangsregeling vervallen. Bijvoorbeeld wanneer een auto overgaat naar een andere werkgever. Wisselen binnen dezelfde werkgever kan onder voorwaarden wel mogelijk zijn.

Wanneer geldt de pseudo-eindheffing niet?

De pseudo-eindheffing geldt niet in alle situaties. De belangrijkste uitzonderingen zijn:

  • Volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s vallen buiten de regeling.
  • Auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt en niet voor woon-werkverkeer of privéritten worden ingezet, vallen buiten de heffing.
  • De maatregel geldt niet voor zzp’ers met een eenmanszaak.
  • De regeling ziet op personenauto’s en niet op bijvoorbeeld bestelauto’s of vrachtwagens.

Vervangend vervoer en voorloopauto’s: aandachtspunt voor werkgevers

Een belangrijk discussiepunt is het gebruik van tijdelijk of vervangend vervoer. Denk aan een werknemer met een elektrische leaseauto die tijdelijk een brandstofauto meekrijgt bij schade, onderhoud of vertraging in de levering van een nieuwe auto.

Op dit moment kan ook zo’n tijdelijke brandstofauto onder de pseudo-eindheffing vallen. Dit kan leiden tot extra kosten en administratieve lasten. De Tweede Kamer heeft daarom gevraagd om met de auto- en leasebranche te kijken naar mogelijke oplossingsrichtingen. De heffing zelf is daarmee echter niet van tafel.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers is het verstandig om nu al vooruit te kijken. Leasecontracten lopen vaak meerdere jaren door. Keuzes die in 2026 worden gemaakt, kunnen daarom invloed hebben op de fiscale lasten vanaf 2027 en daarna.

Denk hierbij aan vragen zoals:

  • Welke brandstofauto’s staan er nu in het wagenpark?
  • Welke contracten lopen door na 1 januari 2027?
  • Welke auto’s vallen mogelijk onder de overgangsregeling?
  • Is overstappen op elektrisch rijden financieel aantrekkelijker?
  • Hoe wordt privégebruik en woon-werkverkeer administratief vastgelegd?
  • Welke afspraken zijn er met werknemers over leaseauto’s en mobiliteit?

Nu handelen voorkomt verrassingen

De pseudo-eindheffing kan vanaf 2027 een forse kostenpost worden voor werkgevers. Zeker bij meerdere zakelijke personenauto’s met uitstoot is het belangrijk om tijdig inzicht te krijgen in de financiële gevolgen.

Overstappen op elektrisch rijden kan daarbij niet alleen fiscaal aantrekkelijker zijn, maar ook passen binnen een bredere duurzaamheidsstrategie. Daarnaast kan een goed mobiliteitsbeleid helpen om kosten, administratie en werknemersafspraken overzichtelijk te houden.

Advies nodig over uw wagenpark of mobiliteitsbeleid?

Heeft uw organisatie zakelijke leaseauto’s of een eigen wagenpark? Dan is dit een goed moment om de gevolgen van de pseudo-eindheffing in kaart te brengen.

ZMGroep denkt graag met u mee over de fiscale gevolgen, de administratieve aandachtspunten en mogelijke keuzes voor de komende jaren. Zo voorkomt u verrassingen en kunt u tijdig sturen op een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid.

Deel dit artikel op

Neem contact met ons op!

Hiermee schrijf je je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief waarin wij inspelen op zaken die bij als ondernemer spelen.

Of neem direct contact

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Volledige naam(Vereist)
Secret Link